donderdag, oktober 30, 2008

Limburgse Loess en Konijnen



Gisteren dus uitgebreid rondgestruind op het Lanakerveld bij Maastricht met archeoloog Ivo van Wijk van Archol. Boeiende locatie met veel bewoningssporen. Lees er later meer over in Archeologie Magazine.
Om er te komen reed ik over een smedig (dank je wel Riet van de Velde) loessweggetje naar het kapelletje van Maria van de Zeven Smarten, waar ik een stukje droog genoeg vond om te parkeren. Indrukwekkende spetters?! Ik dacht het wel.
Daarom een mooi Limburgs recept van de moeder van collega Laur Crouzen, dat indertijd in Twintig Eeuwen verscheen:
Konijn in het zuur
Hak een konijn in stukken, de rug en de achterpootjes in aparte delen en zet het beest minstens 12 uur in een marinade van een deel water en een deel azijn. Het mag niet te zuur worden. De marinade kan in een diepe schotel. Het vlees moet niet helemaal onderstaan, maar er kan een bordje bovenop met daarop weer een ouderwets strijkijzer of ander gewicht. In de marinade gaan zout, peper en kruiden in een katoenen dichtgebonden zakje: laurierblad, kruidnagel, tijm, basilicum en nog een paar uit het Provencaals bouquet.
Droog het vlees na twaalf uur marinade af met een beetje keukenpapier. Fruit een uitje en haal de snippers weer uit de boter als ze glazig zijn. Vervolgens wordt het konijn om en om aangebraden in boter en voegt men iets vocht van de marinade toe om het vlees daarin gaar te stoven. Halverwege gaat er nog een sneetje peperkoek en een paar stukjes van een zeer bittere reep chocolade in de pan. Ook de gefruite ui gaat terug in de stoofpot. Wanneer het vlees van het bot los komt, is het konijn eetbaar.

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage