dinsdag, november 04, 2008

Gevederde vriendjes



Het is goed te merken dat het jachtseizoen begonnen is. In het dorp zitten de sloten vol verschrikte wilde eenden, die bij het zien van mens en hond haastig een slootje om zwemmen. Het aantal fazanten in de boomgaard slinkt en in onze tuin verbergt zich zoals iedere winter een oude fazantenhaan. De slimmerik zit hier hoog en droog.
Maar wat te denken van twee witte pauwen die zichzelf uitlaten op straat? Aan komen waaien? Net als de kramsvogels? Pauw, roerdomp, kramsvogel werden vroeger vrolijk verorberd. Pauw was niet lekker, maar chic. Niet voor niets werd de veel smaakvollere kalkoen ingevoerd. Soms denk ik wel eens stiekum aan het vangen van schreeuwlelijkerds als kramsvogels. Niet de meest melodieuze lijsterachtige.
In de 18e eeuw bereidde je kramsvogels aldus:
Was ze uit, doe ze aan een klein spitje en tussen iedere vogel een stukje spek. Als ze half gaar zijn neem je wat jeneverbessen, kneust ze en laat ze even braden in wat boter. Vervolgens giet je de boter over de vogels, zodat ze de smaak van de boter en jeneverbessen krijgen. Als de kramsvogels helemaal gaar zijn bestrooi je ze met wat beschuitkruim en dan direct opdienen.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage