donderdag, december 11, 2008

Oeros



Archeologische onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben ontdekt dat de oeros, de voorloper van onze koe, langer in ons land heeft geleefd dan werd aangenomen. Uit een recente vondst van botresten van een hoornpit in het Friese Holwerd blijkt dat de oeros rond 600 na Christus uitstierf en niet al in de vierde eeuw. De allerlaatste oeros stierf uiteindelijk in 1627 in Polen.

De gevonden hoornpit werd in januari van dit jaar in een terp bij Holwerd opgegraven door amateur-archeoloog Lourens Olivier uit Ternaard. Het Groninger Instituut voor Archeologie Groningen stelde vast dat het gaat om de linker hoornpit van een oerosstier. Uit C14-onderzoek bleek vervolgens dat de hoornpit dateert uit de jaren 555 tot 650 na Chr.

Een hoornpit is de benen kern van een hoorn van een runderachtige. Toen de oeros nog leefde, was de hoornpit bedekt met een schede van hoorn. Deze hoornschede is in de bodem vergaan. De grootste kromming van de hoornpit uit Holwerd is 59 cm lang. De hele hoorn, inclusief de hoornschede, zal ten minste 70 cm lang zijn geweest.

De oeros was veel groter dan de koe, zoals we die nu kennen. Oerosstieren hadden een schofthoogte tussen 160 en 180 cm, oeroskoeien tussen 140 en 150 cm. De runderen die rond AD 600 op de Friese terpen werden gefokt, hadden schofthoogten tussen 90 en 120 cm. Hun hoornpitten waren hoogstens 25 cm lang.

Jagers en de eerste boeren in Nederland maakten jacht op de oeros. Uiteindelijk stierf de oeros in Nederland uit, niet alleen door de jacht, maar vooral doordat het landschap steeds meer werd gebruikt voor akkerbouw en veeteelt en de menselijke bevolking toenam.

Oerosbotten werden eerder gevonden bij archeologische opgravingen op verschillende vindplaatsen uit de Romeinse tijd in het Nederlandse rivierengebied. Ook in de terpen en wierden van Friesland en Groningen werden eerder oerosbotten gevonden. Daarvan is alleen het vrijwel complete skelet van een oeros uit de terp van Britsum, op 15 km afstand van Holwerd, gedateerd: tussen AD 257 en 421. Lange tijd werd gedacht dat dit de laatste oerosvondsten in Nederland waren en dat de oeros in Nederland in de vierde eeuw van onze jaartelling uitstierf. De horenpit uit Holwerd laat zien dat de oeros na de vierde eeuw nog ten minste 150 tot 250 jaar op de Friese kwelders leefde.

De vondst is beschreven in de nieuwsbrief Van Wierden en Terpen van de Vereniging voor Terpenonderzoek, die 4 december 2008 verscheen.
Het plaatje is overigens een vondst uit 1825 in Eembrugge.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage