vrijdag, januari 16, 2009

Eetleed en gele sambal


Gisteren was er een post op Avondlog over de cartoons van Ronald Searle, met speciale aandacht voor de kostschool St. Trinians. Ik kom daar later op terug. Al zo lang als ik me kan herinneren sleep ik een boekje mee - negende druk 1952, moet dus uit Curacao zijn mee teruggekomen - met zijn cartoons, niet alleen van de kostschoolgrieten, maar ook andere, zoals deze hierboven. In het boekje blijkt een brief te zitten van een oude vriendin uit Leiden. Bij de afdeling cartoons die over eten gaat. Lees mee, huiver en begrijp dat hier in huis de kreet uitgevonden is: je kunt niet voorzichtig genoeg zijn met het uitzoeken van je familie!

Hoi, mag ik even uithuilen. Mijn zus en zwager zijn wezen eten bij mij. Ik heb het weer eens geprobeerd. Je moet je tenslotte ook eens van een goede kant laten zien. Nou, dat heb ik geweten. Ik heb niet gehuild, gegild, geschreeuwd of geslagen. Rustig heb ik alles met een glimlach geincasseerd. En gewoon doorgegeten. Maar nu is het me even te veel. Wat was er aan de hand?
Er waren geen chips bij de borrel. Gedurende de nasi goreng maaltijd werd de pindasaus voortdurend pindapoep genoemd met begeleidende blubbergeluiden. de kroepoekvoorraad was voordat ik het eten op tafel zette, al op. Het was niet juist van me dat ik niet weer achter die hete frituurpan wilde gaan staan, vonden ze.
Zus-lief beweerde dat ze droge sambal had. Dit bleef ze volhouden, ondanks mijn tegenwerpingen dat sambal per definitie niet gedroogd is. Ze bedoelde bleek later - kerrie.
En het ergste van alles, iets wat alleen in mopjes gebeurt, als er iemand in de keuken uigebreid heeft staan kokkerellen met een kruidje zus en een specerijtje zo: Zwager-lief vroeg naar de maggi! Hij kreeg het en maakte zijn eten daarmee op smaak.
De ellende was nog niet over. Voordat het toetje op tafel kwam, vroeg zus met een enigszins angstig gezicht (al mijn kruiden en kookboeken vertrouwt ze niet) We krijgen toch geen blubberdeblub? Daarmee bedoelde ze simpelweg de doorgaans zeer zoete en smaakvolle bavarois. Beiden waren ze het erover eens dat dat naar stijfsel smaakte en dus niet te eten was. Ik kon ze gerust stellen. Het werd kwark met zwarte bessen en room. Een smaakvol geheel, vond ik zelf, redelijk neutraal, wat iedereen wel lust. Voorzichtig werd het met een puntje van de lepel geproefd en beiden zeiden vol afschuw: Het smaakt naar gips.
De koffie zonder koek was niet goed. Toen de koek op tafel kwam, bleek deze vogelzangzaad (sesamzaad)te bevatten. Gelukkig, nu kunnen wij ze zelf opeten.


De rest van de brief gaat over andere dingen. Maar waarom - ook na 30 jaar blijft die vraag hangen - waarom gedragen mensen zich zo beroerd wanneer ze ergens te eten zijn. Of bewaren ze dat soort gedrag voor de familie? Hier in huis heet de kerrie overigens in melige buien nogsteeds gele sambal.

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage