vrijdag, november 06, 2009

Zingend door het leven


In de zeventiende eeuw beschikten de Nederlanders over een uitgebreid repertoire aan liederen. Veel liedjes zaten in hun hoofd, en je kon liedbladen en liedboeken kopen. Nergens in Europa verschenen in de zeventiende eeuw zo veel liedboeken als in Nederland, zowel in aantal titels als in oplage. Natascha Veldhorst, cultuurwetenschapper aan de Radboud Universiteit Nijmegen, publiceert maandag een boek over dit cultuurhistorische fenomeen.

In gezelschappen of solo, thuis en in de herberg, in bos of duinpan: Nederlanders zongen de hele dag door vrolijke, droevige, schunnige en geestelijke liederen. Aan de bundels waaruit onze zeventiende-eeuwse voorouders daadwerkelijk hebben gezongen, is echter tot op heden nauwelijks aandacht besteed. Veldhorst maakt duidelijk hoe groot de rol was die deze boeken in het dagelijkse leven van de mensen speelden.
Natascha Veldhorst: De stroom aan liedboeken is zo overweldigend, dat je de indruk krijgt dat het voor de zeventiende-eeuwer bijna onmogelijk was om níet te zingen.
Er bestonden honderden bundels, in allerlei formaten en uitvoeringen, van eenvoudig en goedkoop tot duur en exclusief. De liederen in de boeken zijn even divers in genre als in moeilijkheidsgraad.
Er werd gezongen op heel gewone volkse deuntjes, maar er zijn ook liederen op de – enigszins vereenvoudigde – melodie van de meest sophisticated buitenlandse composities, bijvoorbeeld complexe madrigalen en arias van Monteverdi, Marenzio of Caccini. Dan gebruikte men bijvoorbeeld alleen de bovenste melodielijn van een vijfstemmig madrigaal, waarop een Nederlandse tekst werd gezet.

In Duitsland, Frankrijk, Italie en Engeland verschenen ook wel liedboeken, maar het aantal titels kon je er op de vingers van een hand tellen. Dat komt omdat in die landen het accent in de boeken lag op nieuw gecomponeerde muziek, terwijl in Nederland juist populaire liederen op bekende melodieen werden gebundeld. Het repertoire dat in de Nederlandse liedboeken werd verzameld, circuleerde in andere landen alleen op losse gedrukte bladen. Belangrijk is ook dat in de zeventiende-eeuwse Nederlanden veel drukkers en uitgevers actief waren, die allemaal een markt zagen in de liedboeken.

Veldhorst schrijft over liedboeken – en vooral over hoe zeventiende-eeuwse Nederlanders leefden met hun liederen en liedboeken. Dat is ook te zien op de diverse schilderijen en prenten uit die tijd, die in deze studie zijn opgenomen. Het boek begint met een schilderij van Nicolaes Maes waarop een moeder voor haar kind uit een liedboek zingt, het eindigt met de dood in de vorm van een vanitas-stilleven, opnieuw met een liedboek. Veldhorst kon met haar kennis van zaken enkele op schilderijen afgebeelde bundels identificeren.

Haar studie maakt duidelijk hoe iedereen zong: in muziekherbergen, op muziekcolleges (de clubs van gegoede burgers die samenkwamen om te musiceren), in toneelvoorstellingen die op markten, in rederijkerskamers en in schouwburgen werden opgevoerd. Maar ook in informele gezelschappen – bijvoorbeeld van vrouwen die met elkaar de buitenlucht introkken en dan een speciale mand meenamen, de zogeheten
mopsjestrommel, waarin kleine liedboekjes werden bewaard en vervoerd. Of door groepjes jongeren die zich opgejut door de muziek aan seksuele uitspattingen te buiten gingen. Ook in hun eentje zongen de zeventiende-eeuwers, want zang was, beschrijft Veldhorst, bij uitstek geschikt om eenzaamheid en melancholie te bestrijden (zo afficheerde een liedboek uit 1631 zich als probaat middel tegen alle gebreken van verwarde harsenen).

Natascha Veldhorst is universitair docent Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onderzoek naar liedcultuur, theatermuziek en opera in de zeventiende eeuw. Eerder dit jaar was Veldhorst als dramaturg betrokken bij de opvoering van het muziektheaterstuk Granida van P.C. Hooft uit 1615. Veldhorst studeerde Nederlands, en daarnaast solozang aan het conservatorium van Amsterdam. Haar onderzoek valt onder het Institute for Historical, Literary and Cultural Studies van de Radboud Universiteit.

Veel historische Nederlandse liederen zijn de afgelopen decennia op het Meertens Instituut in Amsterdam bijeengebracht in een indrukwekkende databank: de Nederlandse liederenbank.

Zingend door het leven. Het Nederlandse liedboek in de Gouden Eeuw verschijnt maandag 9 november.

Het plaatje is een schilderij van Nicolaes Maes, Jonge vruw bij de wieg. Zij zingt voor het kind uit een liedboek.(1652-1662)

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage