vrijdag, december 18, 2009

Specerijen in de Middeleeuwen


Vandaag vind in museum het Valkhof in Nijmegen de lezing plaats over het eten van Katharina van Kleef. Zij leefde in de 15e eeuw, voelde zich meer Kleefs en Bourgondisch dan Gelres, ook al was zij getrouwd met de herog van Gelre. Specerijen kocht zij in op de jaarmarkt in Antwerpen. Kookboeken geven inzicht in de vermenging van deze specerijen. Zoals dit recept, uit het middelduitse (15e eeuwse)kookboek:

Men schal nemen garophesneghele unde musschaten, cardemomen,
peper, ingever, alle lickwol gheweghen, unde make daraff botteren
edder kese.


Men zal nemen kruidnagelen en nootmuskaat, kardemom, peper, gember, van alles evenveel en maak daar een boter of kaas van. Kruidenboter, of meer een soort boursin? Er wordt niet gerept van suiker. Er staat ook niets over een toepassing van deze boter of kaas. Dus een op zich staand gerecht? Smakelijk op de boterham?
Overigens is het woord garophesneghele een mooie taalontwikkeling: de caryophyllon werd enerzijds clou de girofle, anderzijds kruidnagel. De Britten kwamen niet verder dan de nagel: cloves. Over de kruidnagel publiceerde ik uitvoerig in Bouillon!

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage