zondag, januari 31, 2010

De botjes van Edith


Vroeger was je als dochter van goede huize vooral geschikt voor ruilhandel, het bestendigen of uitbreiden van machtsverhoudingen en pion in het schaakspel dat uithuwelijken toen was.
Zo ook Eadgyth (zeg maar Edith), de kleindochter van de Engelse Koning Alfred de Grote. Haar halfbroer koning Athelstan zond haar op 19-jarige leeftijd naar Duitsland, samen met haar halfzusje Algiva. Het was een keuzepakketje voor de hertog van Saksen, Otto, die de geschiedenis zou in gaan als Otto I, de eerste keizer van het (Duitse)Heilige Roomse Rijk.
Otto vond Edith het leukst en trouwde haar in 929. Wat er met Algiva gebeurde? Zij reise met de Angelsaksische ambassadeurs door naar Bourgondie, waar ze met de broer van koning Rudolf II trouwde. Ook geen slecht huwelijk.

De Saksische idylle duurde niet lang. Edith stierf in de leeftijd van 36 jaar, na twee kinderen gebaard te hebben. Ze is begraven in de katherdaal van Maagdenburg. Haar echtgenoot Otto stierf 26 jaar later, en ofschoon hij hertrouwde, liet hij zich toch bijzetten naast Edith. Met hun botjes is nogal rondgesjouwd. Uiteindelijk kwamen ze onder deze praalgraven terecht in 1510. Dat was een verrassing, lange tijd heeft men gedacht dat de praalgraven niet meer dan een monument waren. Maar archeologen onderzochten onlangs de kerk en vonden een loden kist met daarop Ediths naam en het jaartal 1510. In de kist vonden ze een in zijden gewikkeld skelet, toe te schrijven aan een vrouw tussen de 30 en 40 jaar oud. Dat zou dus heel goed Edith kunnen zijn, maar onderzoekers willen natuurlijk zekerheid. En zulke botjes schreeuwen om niet met rust gelaten te worden, toch?

Labels:

zaterdag, januari 30, 2010

Maretak - vervolg


Striptekenaars Uderzo en Goscinny maken handig gebruik van de maretak in de verhalen van de Galliers Asterix en Obelix. Het is een onmisbaar onderdeel van de magische drank van druide Panoramix. Het oogsten van de maretak - gui in het Frans, hetgeen in het Keltisch zoveel wil zeggen als middel tegen alle kwalen - mag niet met ijzer geschieden, vandaar dat de druiden een gouden sikkelmes tot hun attributen rekenen.
Je mag ook alleen de maretak gebruiken die in de - ook al heilige - eik groeit, en die plukte je dan op de zesde dag van het Keltische nieuwe jaar. De maretak mag niet op de kale grond vallen, dus leg je er een wit laken onder. Een dankbaar onderwerp voor de striptekenaars. Maar waar haalden ze hun informatie vandaan? J.G. Frazier geeft in The Golden Bough eenduidig Plinius als bron voor het maretakritueel aan. En inderdaad, in boek 16 van diens Naturalis historia schrijft de Romeinse alweter:
(...)De maretak wordt daar (in de wintereik) evenwel hoogst zelden aangetroffen; wanneer hij wordt gevonden haalt men hem vol eerbied uit de boom en wel vooral op de zesde dag van de cyclus van de maan, die bij het begin van de maand, van het jaar en na dertig jaar een nieuwe eeuw markeert. Ze kiezen deze dag omdat de maan dan al voldoende kracht heeft en toch nog niet half vol is. Ze noemen de maretak in hun taal algenezer . Nadat ze met het gebruikelijke ritueel een offer onder de boom hebben gebracht en een maal bereid, halen ze twee witte stieren waarvan de horens op dit moment voor het eerst worden omwonden. Een in het wit geklede priester klimt dan in de boom en snijdt met een gouden sikkel de maretak af; deze wordt in een witte doek opgevangen. Daarna slachten ze de offerdieren en smeken hun god dat zijn geschenk degenen aan wie hij het heeft gegeven geluk brengt Ze geloven dat een aftreksel van de maretak elk onvruchtbaar dier vruchtbaar maakt en dat het een middel tegen elk vergif is. Zoveel bijgeloof hechten volkeren vaak aan onbeduidende zaken!(...)

Aldus de vertaling van Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters.
De striptekenaars vonden het offeren van de witte stieren misschien iets minder geschikt voor jeugdige lezertujes.

Labels:

vrijdag, januari 29, 2010

Maretak

\

Er zijn weinig planten waar systematisch zo mysterieus over wordt gedaan. De maretak is al vanaf de oudheid symbool voor allerhande geheimzinnigs. Het is een parasiet: waar de maretak tiert, sterft de logeerboom uiteindelijk. Leven en dood zijn onlosmakelijk verbonden.
De maretag is groen en draagt bessen wanneer de blaadjes van de bomen gevallen zijn. En wanneer je hem plukt en droogt wordt hij goudkleurig met een groen waas. Heel anders dan gewone planten en dus extra mysterieus.
In Bretagne - met name rond de golf van Morbihan - hingen de boeren vroeger een bos maretak aan de deur van huis en stal om boze geesten te weren. Zo tegen juni zijn die bossen goudgeel.
De Keltische druiden vereerden de maretak bovenal wanneer deze in een eik groeide. Eiken sowieso heilig, dus de combinatie was dat al helemaal wonderbaarlijk. Aan deze maretakken werden allerlei geneeskrachtige werkingen toegedicht. Droegen vrouwen een bosje maretak bij zich, dan werden ze gemakkelijker zwanger, om maar wat te noemen. En het hielp tegen epilepsie, zweren en andere ongemakken.
Van alle bijgeloof is niet veel blijven hangen, nu is de maretak vooral leuk voor de Kerst, om onder te zoenen. Hier hangt een bosje maretak goudkleurig te zijn tegen de schuur. Consumeren zou ik afraden.

Labels:

donderdag, januari 28, 2010

Kapoen in de soep



Kapoenen zul je in ons land niet kunnen kopen. Wel in de Franse supermarkt, en vlak onder Maastricht net over de grens bij de kippenfokker in de boerderijwinkel.
Het castreren van hanen vinden we nu not done in dit land. Bij hanen hangen de ballen ook niet in een handig zakje aan de onderbuik, je moet er het beest voor induiken met een scherp mesje. Dat soort scrupules kende men in de 18e eeuw nog niet. Met al die haantjes kon je weinig, en een kapoen laat zich goed vetmesten.
Jonge haantjes kun je natuurlijk ook slachten, maar die leveren qua vlees minder op. In de Nieuwe, Welervarene Utrechtsche Keuken-Meid (facsimile van BK18)staat een recept met kapoen en peterseliewortel en nog veel meer. En aangezien we nog peterseliewortels over hebben gaan we dit recept maar eens maken. Maar dan met een gewone scharrelkip.

Pottagie voor de Gezondheid

Deze wordt van Kapoenen toebereid; men bindt ze na dat ze we gereinigd zijn , tezamen, doet ze in een pot met vleeschsop en dektze. Met moet er wat zout by doen, en lang genoeg sterk door laten koken en daar ruimte van goede en gezonde moeskruyden bydoen, in de winter ook suikery (chicorei, witloof). Schep het vervolgens op en verziet uwe kruiden met Spaanse artisjokken en pieterseliewortels en suikery en disch het op.

Kind kan de was doen. Ik zou er wat foelie in meekoken.

Labels:

woensdag, januari 27, 2010

Meer Meissen



Het maken van porseleinen serviesgoed is natuurlijk naast mooi vooral ook praktisch, maar Meissen staat natuurlijk bekend om de onpraktische pronkstukken.
Deze koffiedrinkende porseleinen dame met bediennegertje heeft een miniatuur Meissen koffieserviesje tot haar beschikking. Beetje Droste-effect.
De opkomst van de nieuwe drankjes thee, chocola en koffie gaf een enorme impuls aan de porseleinindustrie. Want bij ieder drankje hoorde een eigen serviesje. De opkomende rietsuikerindustrie deed de rest: koekjes, cakejes, taartjes, snoepjes. Allerhande zoetigheden om het koffiedrinken aangenaam te maken. Of de theevisite op te vrolijken. En bij thee- en koffievisite hoort natuurlijk ook een leuk jurkje.
Geheel in porselein voor op de schoorsteenmantel. Dit is een 18e eeuws exemplaar. En ik sluit zelfs niet uit dat de kan eigenlijk een chocoladekan is.

Labels:

dinsdag, januari 26, 2010

Meissen 300!



Zojuist is een speciale tentoonstelling geopend in Meissen ter ere van het driehonderdjarig bestaan van de porseleinfabriek.


Verzamelwoede voor porselein - het virus werd maladie de porcelaine genoemd - greep de Saksische keurvorst en Poolse koning August (1670 - 1733) in alle hevigheid aan die 23ste januari 1710. Die dag maakte de Saksische hofkanselarei bekend per dekreet dat er op basis van een uitvinding Europees hardporselein gemaakt kon worden en dat er een fabriek werd opgericht. Het dekreet werd in vele talen opgesteld: Duits, Frans, Nederlands en Latijn. Immers, het in Europa produceren van porselein zou tegenwicht moeten bieden aan de import uit China. Daarmee verlieten vele deviezen het land, die de overheden liever in eigen land behielden. En de verzamelwoede kon vreemde vormen aannemen. De collectie van August zelf telde 35.000 stuks!
De fabriek zet Saksen meteen op de porseleinkaart. In 1711 krijgt de Deense koning Frederick IV porselein van Saksische bodem cadeau. En tot nu toe krijgen vrijwel alle staatshoofden wat van het spul. Want ook na driehonderd jaar blijkt het een welkom geschenk, zelfs Barack Obama moest er aan geloven met Meissner manchetknopen.

Maar wie is nu de ontdekker? Het verhaal wil dat in 1701 ene Johan Friedrich Boettger in Berlijn zo ongeveer aan de galg werd opgeknoopt omdat hij pochte uit eenvoudige metaalsoorten puur goud te kunnen maken. Keurvorst August moest lachen en liet de 19-jarige opsluiten in een gouden kooi en zette hem aan het werk: maak maar goud, als je zegt dat je dat kunt!
Na vele jaren geknoei vindt Boettger dan in 1708 het porselein uit, duizend jaar nadat de Chinezen dat deden.

De basis voor de Meissen porseleinfabriek was gelegd. Nu is het een schatkamer waar meer dan tienduizend verfmengsels en een archief met meer dan tweehonderdduizend gipsformen bewaard worden.

Het meest bekende motief heet zwiebelmuster, heeft echter niets met uien te maken, maar met granaatappelen en perziken: vruchtbaarheid en een lang leven.

Vanaf 23 januari is er een speciale tentoontstelling te zien, waar ook vrij onbekend werk uit de 18e eeuw te zien is. En serviesgoed ontworpen voor Catharina de Grote van Rusland. Worth a detour. www.meissen.com
Het koffieserviesje op het plaatje dateert uit de periode 1763-1774.

Labels:

maandag, januari 25, 2010

Boer zoekt vrouw


Terwijl er nu hele televisiecampagnes nodig zijn om boeren aan de vrouw te helpen, blijkt dat het tegenovergestelde het geval was bij de eerste boeren. De neolithische boer kwam maar al te gemakkelijk aan de vrouw. Genetisch onderzoek geeft daar aanwijzingen voor: hun nieuwe beroep maakte hen aantrekkelijk als partner.

Veel van de moderne Europeanen hebben gemeenschappelijke voorouders: de eerste boeren die ongeveer tienduizend jaar geleden vanuit het nabije Oosten deze kant op migreerden. Terwijl de autochtone bevolking zich vooral in het onderhoud voorzag met jagen en verzamelen, voerden zij hier het gemengd bedrijf in. Ze verbouwden graan, teelden gewassen, hielden runderen. Zij bouwden luxe boerderijen in kleine dorpen bijeen. Algemeen bekend is dat zij ook voor een grote schare nakomelingen zorgden. Waarna er een dal verderop opnieuw een boerderijencomplex verscheen. Heel kort door de bocht samengevat.

Onderzoekers van de universiteit van Leicester publiceren in het vakblad PLoS Biology over hun bevindingen naar het genetisch materiaal van de eerste boeren en de Europese man nu. Zij keken naar de verdeling van de in Europa meest voorkomende Y-chromosomen. De in Noord-West Europa wonende onderzochte mannen hebben vaker datzelfde Y-chromosoom. In Ierland dragen bijna alle mannen dat vroege-boeren-chromosoom in zich.
De uit Anatolie stammende boeren koloniseerden Europa en plantten zich dus succesvol voort. De onderzoekers vermoeden dat deze eerste boeren aantrekkelijk waren als partner vanwege de stabiele voedselvoorziening en woonomstandigheden.

Je kunt je natuurlijk ook afvragen of er minder kindersterfte was. En of er meer kinderen per stel geboren werden in hoger tempo. En of die dan allemaal volwassen werden en zich weer succesvol voortplanten. In ieder geval was de boer een succesformule.

Labels:

zondag, januari 24, 2010

Saffraan en tuinbonen


Het was een week vol media-aandacht. Cappuccino over winterkost, de regiobladen van Wegener over kant-en-klaarmaaltijden, en de NRC over de lezing in Bergen op Zoom. In de NRC noemde ik als een van mijn favorieten de tuinbonen met saffraan en bier uit de Middeleeuwen, meer precies: das Buch von Guter Spise.

En het kon natuurlijk niet uitblijven, er kwamen verzoeken of ik het recept ook wat preciezer kon leveren dan het in de krant stond. Nu zijn recepten in de middeleeuwen verre van precies, maar zo als hier onder is het uitvoerbaar.
Wat is er nu grappig aan dit recept? Allereerst de kleurcombinatie van geel met groen. In de middeleeuwen zijn ze dol op kleur op tafel. Dubbeldop je de tuinbonen dan knalt het nog wat meer.
Apart is ook de combinatie van tuinbonen met bier (neem echt ouderwets gerstenat, gehopt of gegruyt).

Tuinbonen met bier en saffraan

Dit heb je nodig: 2 kilo verse of 1 pak diepvries tuinbonen, een witte boterham, een mespunt peper of meer, een flinke theelepel karwij, een eetlepeltje azijn, een flinke scheut bier, een zakje saffraan, zout.

En zo doe je het: kook de tuinbonen gaar, giet ze af en dubbeldop ze. Doe het brood met de peper, karwij, de azijn en het bier in een kommetje en roer er een papje van.
Doe het bier in een pan, giet er het papje bij en voeg de saffraan toe. Breng voorzichtig aan de kook. Voeg de tuinbonen toe en maak af op smaak met zout.
Laat het een minuut of vijf stoven en dien dan op bij gebraden vlees of gevogelte.

Labels:

vrijdag, januari 22, 2010

Cappuccino!


Zaterdagmorgen, tien voor elf, ben ik te horen in het NCRV-radioprogramma Cappucino. Presentator Frank du Mosch gaat mij doorzagen over lekkere winterkost van vroeger. Aten we wat anders dan platte stamppotten en kool?
Trouwe lezers hier raden het antwoord. Natuurlijk! Wat? Ja, dat bewaar ik even voor het programma. Na afloop plaats ik hier een smakelijk 18e eeuws winterrecept bij.
En zoals beloofd volgt hier het recept voor een winterse pottagie


Pottagie, hoe te koken


Neem een oud Hoen, een paar Duiven, 2 of 3 pond Schapen- en zoo veel Kalfs- of Rundvleesch, een stuk versch Spek en een pond Saucyzen, laat dat zoo lang kooken, tot dat het vleesch gaar is. Is het winter, doe er Pompoenen, Andijvie, Pieterselie, Tijm, Suring en wat kleine Knolletjes by. Laat het dan zoo lang koken tot dat het groen genoeg en gaar is. Kruid doet men er in, naar dat men het garen eet: Nootenmuscaat, heele Peper of kruidnagelen etcetera.
Dient het vleesch in een Schootel op en roert er eijeren door. En daar giet men het nat bovenop.
De groenten en de rest van de saus kun je apart serveren.

Labels:

Milkshakes



Vroeger dronken wij braaf een glas melk aan tafel bij ontbijt of lunch. Ik vond dat vreselijk vies, melk plakte aan je wangzakken en bleef in je keel hangen en het stonk. Maar het moest en dan was het een kwestie van hoe kouder hoe beter. Heel soms mochten we er iets speciaals mee doen. Er bestonden begin jaren zestig Amerikaanse zakjes met toverpoeder. Klopte je die door de koude melk, dan kreeg je een soort milkshake. Het schuimde, kreeg een roze kleur, was mierenzoet en smaakte naar kunstaardbei. Dat was minder vies dan gewone melk, in mijn nog ongevormde smaak.

Milkshakes zijn ook heel Amerikaans, maar hebben in de oervorm wel Europese wortels, bijvoorbeeld in de egg nogg. De term werd voor het eerst gedrukt in 1885, en het ging om een combinatie van melk en whiskey, meer een gezondheidsdrankje dan voor het lekker.
Rond de eeuwwisseling werden er voedzame drankjes met chocola, aardbei of vanillesiroop mee bedoeld. Pas echt populair werden ze in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen er twee bolletjes ijs door werden gedaan. Zo werd de milkshake frosted en een hip drankje voor tieners. Weer een decade later krijgt de milkshake een plaatsje aan de bar in de drugstore, lunch counter en cafetaria.
Tegenwoordig doen we het met smoothies, klinkt toch minder dynamisch.

Labels:

donderdag, januari 21, 2010

Markiezenhof


Dinsdagavond hield ik een lezing in Bergen op Zoom, in de hofzaal van de onlangs prachtig gerestaureerde Markiezenhof. Heel lang geleden was ik er wel eens geweest, maar wat een schitterend gebouw het was, dat kon ik me niet zo goed herinneren.
De gevels waren goed verlicht, zodat een sfeervol beeld ontstond. Jammer dat er geen sneeuw meer lag. Maar ik stelde me zo voor dat je er op warme zomeravonden fantastische maaltijden aan lange schragentafels zou kunnen organiseren. Binnen is het ook goed toeven, daar niet van, ook al was de fraai gebeeldhouwde Christoffelschouw uit 1521 aan het oog onttrokken door een reusachtig projectiedoek. De schouw werd ontworpen door Rombout Keldermans en bevat een 15.000 kg zware haard.

De Markiezenhof is vanaf 1485 gebouwd door de Mechelse bouwmeesters Antoon I Keldermans en Rombout II Keldermans. Opdrachtgever was Jan II van Glymes, heer van Bergen op Zoom. De Heren van Bergen woonden eerst vooral in het kasteel in Wouw. De Markiezenhof, of het Hof van Bergen moest waardig genoeg zijn om hoge gasten in te ontvangen omdat Bergen op Zoom een steeds belangrijkere handelsstad werd, waar de Markies graag zijn macht toonde.
Het is misschien wel het mooiste laat-gotische stadspaleis van West-Europa dat nog in volle glorie in de stad mooi staat te zijn. Het heeft een imposante voorgevel met rode vensterkorven. In de hofzaal ontvingen de heren en markiezen hun gasten. In 1511was het paleis voltooid. Heer Jan II heeft de voltooiing zelf niet meer kunnen meemaken; hij overleed in 1494.

Inmiddels zijn bij de laatste restauratie ook de stijlkamers in ere hersteld. Hoog tijd om dus een keer bij klaarlichte dag een bezoek te gaan brengen!
Op de foto een geheel lege hofzaal, gelukkig zat die dinsdagavond helemaal vol!
www.markiezenhof.nl

Labels:

vrijdag, januari 15, 2010

Pittig soepje


Hier in huis hoesten we het behang zo ongeveer van de muren. Megaverpakkingen zakdoeken benemen het uitzicht. Tijd voor een verwarmende soep en we maken meteen maar een stevige pan voor meer dagen soeppret. We kiezen voor:

Harira met lam en kip

Dit heb je nodig:
4 eetlepels olijfolie
400 gram lamsvlees (schouder of poulet)
2 kippendijen
4 teentjes knoflook
2 fijngesnipperde uien
1 blikje kikkererwten(225 gram)
2 liter water of bouillon
1/2 theelepel gemberpoeder
1/2 theelepel korianderpoeder
1/2 theelepel kaneel
1/2 theelepel geelwortel
1 blikje gepelde tomaten
4 eetlepels fijngeknipt korianderblad
2 losgeklopte eieren
50 gram rijst of vermicelli
100 gram rode linzen
peper en zout naar smaak
harissa
1 rijpe citroen in partjes

Zo doe je het:
Doe de olie in een braadpan met dikke bodem. Braad daarin het vlees aan alle kanten lichtjes aan. Haal lam en kip met een gaatjeslepel uit de pan en houd ze warm op een bord. Fruit de ui en knoflook lichtjes. Doe het vlees er weer bij, alsook de kikkererwten, linzen, rijst of vermicelli en het water, of de bouillon. Roer er de specerijen en tomaten door, en doe er peper en zout naar smaak bij. Breng het geheel aan de kook en laat het zo'n drie kwartier pruttelen. Zorg dat er voldoende vocht aanwezig is, voeg anders nog wat water toe. Doe er het korianderblad bij en laat het nog eens een kwartier sudderen. Haal dan de kip eruit en ontdoe die van het bot. Snijd het vlees van kip en lam in kleine stukjes en doe die terug in de pan. Breng de soep zonodig op smaak met harissa.
Haal de pan van het vuur en roer er de losgeklopte eieren door, zodat je mooie sliertjes krijgt. Serveer de soep direct met partjes citroen en strooi er nog wat korianderblaadjes over ter garnering.
Let wel: de specerijen zijn maar een indicatie, gewoon naar eigen smaak experimenteren, dat werkt het beste.

Labels:

donderdag, januari 14, 2010

Un elephant ......



Eigenlijk doe ik hier niet zo aan politiek. Maar omdat dit blog ook over het land hebben aan gaat, mag het vandaag wel even.
Gisteravond zat ik aan Politiek 24 gekluisterd en keek naar het kamerdebat over het rapport Davids. Halverwege wist ik niet meer of ik nu naar een staaltje Nederlandse democratie keek of naar een midlife crisisfilm, zoals Un Elephant Ca Trompe Enormement (1976). Alle typetjes kwamen voorbij, van het braafste jongetje van de zondagsschool tot de oplettende huisvrouw, en alles daaromheen wat een midlife crisisfilm een midlife crisisfilm maakt. Met een glansrol voor de minister president als olifant in de porseleinkast sinds de presentatie van het rapport. Veel getoeter van alle kanten als resultaat.
Het echt koningsdrama voltrok zich inmiddels in Maastricht.

Labels:

woensdag, januari 13, 2010

Roedjak


Als kind vond ik het heerlijk, dit Indische fruithapje. Maar al gauw leek het in de restaurants niet meer dan een blik vruchtjes met een zoetig-hartig sausje. Het verdween naar de achtergrond. Tot we het zelf met vers fruit gingen maken en het de gewenste scherpte gaven. De roedjak weer terug op de favorietenlijst.
We hadden van de week nog restjes van allerlei Indische experimenten. Een mooi begin voor een bescheiden rijsttafel. Met roedjak erbij natuurlijk.

Roedjak
Dit heb je nodig: VERS FRUIT! dus blokjes ongeschilde komkommer, stukjes ananas, stukjes niet al te rijpe peer, partjes mandarijn, blokjes banaan, aalbessen, stukjes mango, blokjes zure appel bijv. Granny Smith.
Ongeveer 1 potje gula djawa of twee ons gedroogd in stukjes.
Sambal oelek naar smaak
1 theelepel geroosterde trassi
3 eetlepels tamarindewater (of 1 eetlepel tamarinde stroop opgelost in 3 eetlepels water) en nog meer water

En zo doe je het: Smelt op een klein vuur in een pan met dikke bodem de goela djawa met het tamarindewater. Niet laten koken!
Voeg dan de trassi en de sambal toe en een snufje zout.
Roer het vruchtenmengsel door de saus heen.
Laat dit mengsel enige tijd marineren. Komt er niet voldoende vocht uit de vruchten vrij, doe er dan nog wat water bij.
Koud opdissen.

Labels:

dinsdag, januari 12, 2010

Ruimen


Ons dorp ligt niet in een kerngebied van de Q-koorts. Toch maken hobbyboer en huisdierliefhebber zich zorgen. De Q-koorts weet namelijk niet van kerngebieden en verspreid zich lustig. Is hier misschien al? De dichtstbijzijnde grootschalige geitenboerderij ligt slechts tien, twaalf kilometer verderop. Het lammerseizoen komt er aan. Vaccin is in deze regio niet te krijgen. We houden ons hart vast.
Misschien moeten we de Franse aanpak volgen, daar leven ze al jaren met het inperken en beheersen van de Q-koorts. Want uitbannen gaat niet lukken. De dieren in de natuur, herten, hazen, ze zorgen voor het voortbestaan en verbreiden. Een zinvoller aanpak dan her en der ruimen lijkt geboden.

Labels:

maandag, januari 11, 2010

Rempejek


We bakten de laatste maand enkele keren rempejek. De eerste keer ging het goed fout. De rijstmeel bleek zo goed als op en ter aanvulling had ik een pak zelfrijzend meel gepakt, waardoor het een soort pannekoekjes of poffertjes werden. Heel lekker overigens, maar beslist geen rempejek, dat krokant hoort te zijn. Een dag later gingen we opnieuw aan de slag. Nog steeds geen rijstmeel in huis, dus maismeel genomen. Dat werkte prima. Maar het recept van Beb Vuyk vonden we wat flauw. Drie maal bleek scheepsrecht. We deden de laatste keer een flinke klodder sambal brandal door het deeg. En toen werd het rempejek zoals ons dat voor ogen stond.
Hierbij het aangepaste recept:

Rempejek


Dit heb je nodig:
3 eetlepels rijstmeel of maismeel
75 gram ongezouten ongevliesde pindas
2 eetlepels gesnipperde santen van een blok en
5 eetlepels water, of een kwart blikje kokosmelk
zonnebloemolie
3 teentjes knoflook uit de knijper
halve theelepel ketoembar, halve theelepel koenjit
theelepel sambal brandal
evt. snufje zout

Zo doe je het:
Meng knoflookpulp, ketoembar, koenjit, sambal en snufje zout dooreen en vermeng dit met het rijstmeel. Los de santensnippers op in het water en doe dit bij het rijstmeel. Maak van de massa een niet te dik beslag, zoals voor flensjes, en roer er de pindas door.
Verhit de olie in een koekenpan. Laat telkens een eetlepel beslag in de pan glijden en zoveel mogelijk uitlopen zodat er een heel dun vliesje beslag ontstaat. Dat zal als een knapperig kantwerkje gaan bakken. Als de randjes goudbruin zijn, omdraaien en de andere kant ook goudbruin laten worden. Snel nog een keer omdraaien en op keukenpapier laten uitlekken. Nee, niet alles al in de keuken opeten! Wel snel opeten, anders wordt de rempejek taai.

Labels:

zondag, januari 10, 2010

Make up voor de Neanderthaler


Een team van archeologen onderonder leiding van profesor Joao Zilhao van de Universiteit van Bristol in Groot Britannie hebben materiaal gevonden waaruit blijkt dat Neanderthalers make up en sieraden kenden. We hebben het over vijftigduizend jaar geleden! De onderzoekers vonden bij twee archeologische opgravingen in de Spaanse provincie Murcia resten van shelpen die kleurstoffen bevatten. De schelpen waren eigenlijk make up potjes. Zwarte staafjes mangaan kunnen gebruikt zijn om het lichaam van figuren en lijnen te voorzien. Zulke mangaanstaafjes zijn eerder al in vergelijkbare context in Afrika gvonden.
Zilhao en zijn team vonden ook klompjes gele pigment en fode poeder gemengd met spikkeltjes reflecterend zwart gesteente. Tot zover de make up.
Want de archeologen vonden ook bewerkte schelpen, zoals deze jakobsschelp, doorboord om aan een ketting te worden gedragen. Ook op de schelpen is pigment aangetroffen. Deze sieraden zijn eens te meer bewijs dat de Neanderthalers heel wat meer in hun mars hadden, dan vroeger werd aangenomen.

Het complete verhaal staat te leven in de PNAS, proceedings of the national academy of sciences. Meer over deze opgravingen is te vinden op de site van Zilhao met veel pdfjes van zijn publicaties:
http://www.bris.ac.uk/archanth/staff/zilhao/

Labels:

zaterdag, januari 09, 2010

Indische vruchten


Even een familieverhaal. Mijn moeder kookte niet graag, maar met de Kerst sloofde zij zich uit. Na het overlijden van haar moeder nam ze graag de traditie over om voor in het land aanwezige broers en zussen plus aanhang en haar stiefvader en het gezin een uitgebreide maaltijd te koken. Dat koste inspanning, hoofdbrekens, tijd en energie. Er daalde een nerveuze spanning neer over ons huis. En als het dan eenmaal zo ver was, de saus niet geschift, het gevogelte mals, de pudding keurig uit de vorm, dan kwam er ook over mijn moeder enige vorm van kerstvrede. Maar dan weer de vraag: zouden ze het wel lekker genoeg vinden? Tijdens een van deze roemruchte etentjes - het was bijzonder smakelijk allemaal - ging de tafelconversatie over: fish en chipstentjes in Londen, waar je in Parijs een echte goede bistro vond, en zo voort, het ging als maar over eten, maar niet dat wat er op tafel stond. Geen complimenten voor de kok, tot teleurstelling van mijn moeder. En toen het bijna afgelopen was en er een beetje stilte rond de tafel heerste, sprak mijn grootvader nostalgisch: Weet je wat lekker is? Indische vruchten! Het is een gevleugelde uitspraak gebleven in ons huis.

Op dit moment lees ik mij vanwege de kou door de Indische literatuur die hier in huis staat heen. Ik ben nu bij P.A. Daum. Uit de Suiker in de Tabak uit 1884.
Let natuurlijk ook even op het eten. De hoofdpersoon eet Sepat Ikan. Geen idee wat dat is, dus zoek ik het op. Geroosterde vis, traditioneel gegeten met een saus met zure vruchtjes, deze belimbing. Ik ken ze niet, kan het gerecht dus ook niet namaken. Moet eerst in de buurt van een goede toko komen. Maar gezien de conditie van de wegen zal dat vooreerst niet lukken.

Labels:

vrijdag, januari 08, 2010

Beb en de Indische keuken


In het laatste huis van de wereld beschrijft Beb Vuyk de viering van Koninginnedag in Namlea. Daar richt Achmed, eens als djongos mee naar Namlea gekomen en, toen zijn Toean vertrok, gebleven.
Hij is een Bataviaan, timmerman, metselaar, kok en groentkweker. Hij weet alles, kent alles en probeert alles. (...)Een paar dagen tevoren is hij rondgegaan bij alle notabelen, heeft hen van zijn plannen verteld, gevraagd of hij op hun klandizie mocht rekeken en tafeltjes en stoeltjes geleend. sMiddags is een tent van atap in elkaar getimmerd, een grote open ruimte met jong klapperblad en papieren slingers versierd, waar onze stoelen rondom onze gedekte tafels staan.
Achmed laat zijn sateh in de steek om ons te begroeten, we bewonderen zijn inrichting, bekijken de keuken waar in grote geleende panenn het lekkers te koken staat. We snoepen van de kroepoek en katjang goreng en Achmad verschikt de zitjes tot een grote kring en neemt de bestellingen op. Koud bier en limonade worden uit de cantine gehaald. en het eerste gerecht wordt opgediend, soto, een Javaanse kippensoep. Daarna eten wij sateh kambing, geitenvlees aan stokjes geregen en geroosterd, met een heete saus van Spaanse peper, soja en citroen en met lontong, in pisangbladeren gekookte rijst.


In verband met de geitenruimingen dankzij een slecht beheerste Q-koorts uitbraak is een recept voor sateh gambing wel erg tegen het zere been. Daarom kijk ik in Beb Vuyks Indische kookboek naar een recept voor soto ajam. Veel spulletjes voor nodig, die niet direct hier in de omgeving te vinden zijn. Dus maken we een ietwat uitgeklede versie van wat we in huis hebben. Ook lekker. Hier de uitgeklede versie:

Soto Ajam

Dit heb je nodig: 1 vette soepkip, 4 hardgekookte eieren, 2 grote gekookte aardappelen, 250 gram tauge, 1 grote citroen in partjes gesneden, 2 gesnipperde uien, 3 gesnipperde teentjes knoflook, 2 centimeter gemberwortel, 1 theelepel koenjit, 3 theelepels laos, een halve theelepel peperkorrels, 4 djeroek poeroet blaadjes, 4 sprieten sereh, 2 eetlepels gehakte bieslook, 4 eetlepels gehakte selderijblad, scheut zonnebloemolie, ketjap (imari), snufje zout.

Dit doe je: wrijf drie kwart van de ui, knoflook, laos en koenjit tot een brij. Breng de kip aan de kook met ruim 2 liter water, peperkorrels en een snufje zout, de gemberwortel, djeroek poeroetblaadjes en de sereh. Laat de kip gaarkoken. Haal de kip er dan uit en ontdoe haar van het borstvlees, dat kleingesneden samen met het uimengsel wordt gefruit in de olie. Roer er de gehakte selderij aan toe. Voeg dat weer toe aan het kookvocht en laat het geheel een half uurtje rustig doorkoken. Pluk de rest van het vlees van de kip, snijd dat in stukjes en mik die er bij in de pan. Roer even om. Snijd de aardappelen in blokjes en voeg die aan de soep toe. Snijd de gepelde eieren in partjes, was de tauge onder warm stromend water en laat die even uitlekken, fruit de rest van de gesnipperde uitjes goudbruin. Doe aardappelblokjes, uitjes, eipartjes, citroenpartjes, geknipte bieslook en tauge in aparte kommetjes en zet die op tafel. Dien de kippensoep dampend heet op in een terrine.
En zo eet je het: In je diepe bord doe je wat van de aardappel en tauge en je giet er wat van de soep met stukjes kip overheen, druppel er wat citroensap op, leg er een paar partjes ei op en strooi er ui en bieslook over. Serveer er ketjap en sambal oelek bij. Je kunt er ook nog gekookte witte rijst bij geven.

Labels:

donderdag, januari 07, 2010

Beb en de Chinese keuken


Beb Vuyk is natuurlijk vooral beroemd om haar andere boeken, dat kookboek was een extraatje. Lang geleden las ik er een paar van, en nu herlees ik ze om te kijken of ze ook wat over eten schrijft. Bijvoorbeeld in Het laatste huis van de wereld, over haar leven op de Molukken. En ja, ze beschrijft een bezoek aan een Chinees huwelijksfeest. Ik citeer:
Er waren allerlei verrukkelijke soepen, haaienvinnen en eetbare vogelnestjes, die naar bedorven gelatine-pudding smaakten, gebraden visseningewanden en tien jaar oude eieren, lichtbruin, een beetje sterk van smaak en met een donkere kern als niertjes.
Tussen de gerechten door kauwden we meloenpitten en dronken bier.


Dat is interessant, vogelnestjes. In de schriftjes van Heukelum kom ik die ook tegen, met een aanwijzing hoe ze schoon te maken. Maar over de smaak weet ik niets. Ze zijn veel te kostbaar om mee te experimenteren. Bedorven gelatine-pudding. Dat zou kunnen. Het kan natuurlijk zijn dat er iets aan toegevoegd is.

Labels:

woensdag, januari 06, 2010

Beb


Deze winter hebben we onze oude Beb Vuyk weer eens uit de kast getrokken ter afwisseling van de Hollandse winterkost, Italiaanse pasta en Franse garbures en cassoulets. Eigenlijk het enige echte Indische kookboek dat er toe doet en waar we altijd weer op terugvallen.
We bakken rempejek van rijstmeel, ongebrande pindas, kokosmelk, koenjit en een schep sambal brandal. Heerlijke snoeperij. We maken oude bekende gerechten, maar proberen ook nieuwe uit. Een blijvertje is de Rendang van eieren. , die we iets aanpassen door er een fijngehakte ui aan toe te voegen. Heb je iets meer saus.

Wat je nodig hebt voor twee personen:
5 tot 6 hardgekookte eieren, een kwart blok santen, 2 tot 3 dl water, 1 gesnipperde ui, 1 gesnipperd teentje knoflook, 2 theelepels sambal brandal, 1 theelepel laos, 1 theelepel koenjit, 1 theelepel gemberpoeder, 1 gesnipperde spriet sereh.

Wat je doet:
smelt de santen in het water in een pan met dikke bodem tot het opgelost is. Voeg ui, knoflook en specerijen, sambal en sereh toe. Breng aan de kook tot de olie er uit komt.
Pel de eieren en prik ze in met een sateh stokje, zodat de saus er goed in kan doordringen. Stoof de eieren in de saus en laat de saus inkoken tot prettige dikte. Af en toe bedruipen en voorzichtig de eieren omscheppen.
Geef er rijst bij. Kan ook prima deel uitmaken van een rijsttafel.

Labels:

dinsdag, januari 05, 2010

Schoon genoeg!



Onlangs las ik in een persbericht dat de Hollandse schoonmaakwoede veroorzaakt is door de laatmiddeleeuwse zuivelindustrie. Nooit geweten dat de properheid daar begonnen zou zijn. Altijd begrepen dat pas met de opkomst van de zuivelfabrieken hygiene een rol ging spelen. Maar kennelijk zat ik er naast. Lees maar even mee:

De spreekwoordelijke Hollandse properheid en schoonmaakwoede komt niet voort uit de Calvinistische volksaard, maar vindt zijn oorsprong in de grootschalige zuivelproductie op het Hollandse platteland sinds de 14de eeuw. Dat blijkt uit onderzoek van prof. dr. Bas van Bavel en dr. Oscar Gelderblom, economisch-historici aan de Universiteit Utrecht.
Hollandse huisvrouwen staan al sinds de Gouden Eeuw bekend als bijzonder proper. In de 17e eeuw besteedden zij veel meer aandacht aan het schoonmaken van hun huizen dan vrouwen elders in Europa. Tientallen reisverslagen van buitenlandse bezoekers laten er geen twijfel over bestaan dat er vooral in de provincie Holland geboend werd dat het een lust was. Voor hun onderzoek deden Van Bavel en Gelderblom een literatuurstudie en analyseerden ze uitgegeven bronnen zoals tolrekeningen en belastingregisters uit de late middeleeuwen.

De Engelse historicus Simon Schama, bekend van zijn boek Overvloed en Onbehagen, meent dat de spreekwoordelijke Hollandse properheid voortkwam uit de Calvinistische volksaard. De poetsdrift zou voor vrouwen een manier zijn om zondige gedachten te verdringen, en was tegelijkertijd een symbool van de zuiverheid van de nieuwe protestantse natie, ontdaan van haar vijanden. Het onderzoek van de Utrechtse historici weerlegt deze interpretatie: de eerste ooggetuigenverslagen van de Hollandse schoonmaakwoede dateren namelijk al van voor de Opstand en de Reformatie. Deze gebeurtenissen kunnen dus niet de oorzaak van de properheid geweest zijn.

De Utrechtse historici vonden een veel minder idealistische oorsprong van de schoonmaakdrift: de zuivelteelt, die vanaf de late 14e eeuw een hoge vlucht nam in Holland. De productie van kaas en vooral van boter stelde hoge eisen aan de hygiene van stallen, keukens, werktuigen, werktafels, en daarmee in feite in het hele huishouden. Bovendien was de boterproductie in Holland vooral gericht op buitenlandse markten. De boter moest zonder koeling over lange afstanden worden vervoerd. Tienduizenden huishoudens - ongeveer de helft van het totale aantal huishoudens in Holland - waren in de 15e en vroege 16e eeuw betrokken bij de zuivelproductie voor binnenlandse en buitenlandse consumenten. Daardoor was de noodzaak tot properheid wijdverspreid en ontstond er een algemene cultuur van zindelijkheid die zich, mede door migratie en het inhuren van boerendochters als dienstmeid, tot in de steden uitstrekte.

Van Bavel en Gelderblom plaatsen de Hollandse properheid in hun onderzoek ook in een Europees perspectief. Ze laten zien dat het bestaan van tienduizenden kleine boerenbedrijven, gespecialiseerd in de commerciele productie van vooral boter, uniek was in Europa. Met uitzondering van Zwitserland – het enige andere land met een soortgelijke reputatie van properheid - was er geen enkele regio in laatmiddeleeuws en vroegmodern Europa waar zindelijkheid een economische noodzaak was. Daarmee is de Hollandse properheid een aansprekend voorbeeld van diep gewortelde cultuurpatronen waarvan de oorsprong is terug te voeren op hele praktische, economische overwegingen.


Het heeft wel wat, die Zwitserse en Hollandse properheid in combinatie met zuivelproductie. Maar hoe zat dat dan met de Franse en Italiaanse kazen?

Labels:

maandag, januari 04, 2010

Kliekjes


Op www.foodlog.nl poste ik zojuist een stukje over kliekjes en restjes. Omdat we veel te veel weggooien, ja, ook wij. Soms kost het moeite je te realiseren hoeveel of liever gezegd: hoe weinig! je nodig hebt wanneer je wat ouder bent. En hoe snel je verzadigd raakt van gewoon goed en smakelijk bereid eten. Glopglop eten, voorgekauwde prak, dat schuif je gemakkelijker naar binnen en slik je zonder nadenken door. Maar eten waar je op kunt kauwen, waar smaken en structuren elkaar aanvullen, dat eet je met aandacht. Een goed voornemen voor het komende jaar: minder inkopen dus minder weggooien. Misschien past dat ook wel bij de door Anneke Ammerlaan gesignaleerde trend: per dag inkopen doen.
En misschien is de tip van de website Love Food Hate Waste om twee maaltijden te bereiden op basis van 1 product ook goed. Leuke site, meer inspiratie daar:
www.lovefoodhatewaste.com. Zit ik met de vraag: wat doe ik vanavond met de restjes eendenborst?

Labels: ,

zondag, januari 03, 2010

Koek en Zopie



Voor wie geen genoeg van ijspret kan krijgen is er in het Rijksmuseum tot 15 februari een tentoonstelling te zien met de winterlandschappen van Hendrick Avercamp. In de 17e eeuw specialiseerde hij zich in het schilderen van ijspret, waarmee hij voorgoed een stempel drukte op ons beeld van de kleine ijstijd met de strenge winters in de Gouden Eeuw.
Hij brengt de kou dicht bij, met bevrorern rivieren met hier en daar een wak, ingesloten boten, schaatsers, en ook een koek en zopie tent.
Wat was koek en zopie toen? Niet - zoals een Amerikaanse museumsite vermeldt - warme chocolademelk. Eerder warm bier met boter, of warme wijn met specerijen en kruiden, of warme (anijs)melk, of brandewyn en de eerste korenbrandewyn, de voorloper van jenever. En dan punch, dat op de Christkindlmarkten in Wenen nog steeds gretig aftrek vindt.

De koeken zijn misschien wel Olie-koecken geweest, of Oblien in het ijser gebacken, of Pannekoecken, of Wafelen. Koek op basis van tarwemeel, melk, gesmolten boter, eieren, suiker en gist. In de Oblien gaar ook nog rijnwijn en gember en rozenwater.
Nu krijg je vooral erwtensoep, of opgewarmde chocomel, en allerlei voorverpakte zoetigheden. Soms staat er een Oud-Hollandsche kraam met bakwerk als oliebol en appelflap. De zopie, het zoopje, het slokje sterke drank is naar de achtergrond verdwenen.

Labels:

zaterdag, januari 02, 2010

Winterkost


Het vriest hier aangenaam en dat nodigt uit tot vanavond een stevige wintermaaltijd op tafel. Zuurkool met geconfijte eendenbout en wat spek. We hebben zuurkool van Limburgse origine, deels wittekool, deels savoyekool. Uit het vat, en heel wat smakelijker dan de voorgekauwde plastic zakjes. Nederland heeft een grote zuurkool traditie, er is nog steeds een producent. Maar zuurkool uit het vat is nauwelijks meer te vinden. In Noord Holland staat de fabriek van Gert Kramer en Zonen. Gert Kramer begon in 1888 met de fabricage van zuurkool. Dat was nog handwerk met een koolschaaf. De kool werd in houten vaten ingemaakt en daarna in oxhoofden - vaten van 200 liter - verpakt. Per zeilschip gingen de oxhoofden naar hun plaats van bestemming, waarbij dichtgevroren vaarten natuurlijk problemen opleverden. Een oplossing vonden ze door de oxhoofden met zuurkool over het ijs naar het spoorwegstation te rollen. Een afstand van vier kilometer. Wat een gezicht moet dat zijn geweest, al die mannen die een vat over het ijs rolden.
Dat had Avercamp niet kunnen bedenken, anders had hij er vast een winterlandschapje aan gewaagd.
Nu kun je tien liter vaten bij ze kopen, plastic inmiddels, of pakjes en zakjes onder de merknaam Krautboy, een merkwaardige combi van Duits en Engels.
Meer zuurkoolweetjes zijn op hun site te vinden: http://www.gkz.nl

Labels:

vrijdag, januari 01, 2010

Kersvers jaar


Een gezond en gelukkig 2010 voor allen en veel inspiratie en een frisse blik. Wij gaan nu een frisse neus halen. En de schade in het dorp opnemen. De politie is drie keer uitgerukt, laatstelijk om kwart over negen vanmorgen. De jeugd heeft dus weer vuurtjes gestookt en vernielingen aangericht. Wat een treurige start van het jaar. Ondanks de speciaal voor hen georganiseerde festiviteiten met reusachtig vuurwerk om herhaling van de onlusten van vorig jaar te voorkomen. Sommige Oud en Nieuw tradities hoeven niet gehonoreerd te worden wat mij betreft. Wij houden het bij een glaasje prikwijn, wat gerookte Schotse wilde zalm, roerei en een geroosterd broodje. Geen akelig nieuwjaarsontbijt.

Labels: