zondag, mei 30, 2010

Asperge Allerlei


Mei is haast voorbij, dus snel mijn bijdrage voor het foodblogevent rond het thema asperges, dat Sas Kookt organiseert. Wij aten asperges in alle kleuren, wit, paars, groen. Fotograferen kwam er nauwelijks van, te druk, te veel volk over de vloer, of gewoon vergeten.

De groene asperges hebben als voordeel dat je ze niet hoeft te schillen en dat ze maar kort gekookt hoeven te worden. De smaak is vooral groen. Het best dus te combineren, bijvoorbeeld in een salade.

Voorjaarssalade met groene asperges

Dit heb je nodig voor vier personen:
Een half ons knapperig gebakken pancetta in sliertjes; de bovenste helft van twaalf groene asperges, beetgaar gekookt; een kopje jonge erwtjes, eveneens beetgaar gekookt, een ons peultjes, ook al beetgaar gekookt. Handje rucola, waterkers en jonge spinazieblaadjes. Wat blaadjes munt en platte peterselie. Dressing van extra vierge olijfolie, citroensap, mespunt goede mosterd.

En zo doe je het: laat de gekookte groente goed uitlekken en afkoelen. Je kunt ze eventueel even onder de koude kraan houden. Doe ze daarna in een slakom of op een grote schotel. Was en droog de rucola, waterkers en spinazie en doe dit alles ook in de slakom. Meng er de sliertjes pancetta en fijngehakte kruiden door. En vlak voor het opdienen de dressing.

Hier zal begin juni de samenvatting volgen: http://saskookt.blogspot.com.
O ja, de asperges zijn geschilderd door Manet.

Labels:

zaterdag, mei 29, 2010

Tomaten zaaien


Vandaag moet het er eindelijk van komen, de tomaten krijgen aandacht. Ik heb een aantal plantjes van gewone tomaten, maar al de hele tijd kijkt een zakje zaadjes van de Marmande-tomaat me verwijtend aan. Naar mijn idee was het nog te koud, zelfs in het minikasje, om ze voor te zaaien. Vandaag is echter het moment aangebroken: ze gaan de grond in.
Er moet nog een paleisje voor ze getimmerd worden om ze te koesteren op een zuidmuurtje, afgeschermd van onze koude wind en regenbuien, want daar houden ze niet van.
De Marmande is een vleestomaat. Niet zo grillig als deze hier op het 18e eeuwse keukenstuk van Menendez. Waarom zijn wij van tomaten toch gaan verlangen dat ze kogelrond en glad van huid werden? Eigenlijk zijn deze wilde vormen toch veel leuker?

Volgens Turkenburgs Handboekje voor de Groente - een vooroorlogs exemplaar - moet je half april in de koude bak zaaien, als ze dan opgekomen zijn, dienen ze verspeend te worden en in een verwarmd vertrek voor een zonnig venster te worden geplaatst. Na 20 mei mogen ze dan weer naar buiten. Maar waarom moeten ze in de koude bak gezaaid worden? Het staat er niet bij. Er wordt maar een enkel ras genoemd, de Vahle Leader. Nu geheel vergeten. We kregen er talloze rasjes voor terug.

De tomaat is nog een relatief onbekende groente. Turkenburgs tips voor de keuken zijn ronduit karig en zelfs een beetje akelig:

Tomaten worden op verschillende wijzen toebreid, met of zonder andere spijzen, in soep en saus, gestoofd en ingelegd en zelfs door wie er van houdt, rauw gebruikt. Om in te leggen kunnen ook de onrijpe groene vruchten dienen.

Labels:

vrijdag, mei 28, 2010

Radijsjes


Het blog bestaat nu drie jaar, daarmee schijn je jezelf tot de serieuze bloggers te mogen rekenen. Er valt ook zoveel te vertellen over de moestuin, geschiedenis, het eten, de boeken, de natuur... En het valt op dat er nog steeds veel te ontdekken is. Neem nu deze simpele radijsjes, gewoon op de moestafel gezaaid en nu geoogst. Ze zijn heerlijk pittig, hebben beet en daarmee lijken ze dus helemaal niet op die bosjes radijs uit de supermarkt die vooral waterig en een beetje week zijn.

Volgens de Verstandige Hovenier begeert de radijs tamelijk vette aarde en kan zij gezaaid worden zodra de vorst over is. Staat niet bij of dat over nachtvorst gaat. Je moet ze dan wel op het zuiden zaaien, zodat ze de warmte van de hof meekrijgen, dan kun je al vroeg oogsten. Stug blijven doorzaaien, dan kun je het hele zomerseizoen en een stuk van de herfst blijven oogsten.
Je schijnt de smaak van de radijs te kunnen beinvloeden door het zaad in zoete wijn of water waar rozijnen in gekookt zijn te weken.

Deze wijsheid vraagt om een experiment. Zoete wijn heb ik niet, maar rozijnen wel. Een vergelijkende proef is in de maak. Eerst deze even opeten.

Labels:

woensdag, mei 26, 2010

Akelei - 2



Op Vlaamse Primitieve schilderijen zie je vaak akeleien op de voorgrond, een detail, met liefde en levendigheid geschilderd. Oude botanische boeken vermelden de akelei, de tekeningen zijn soms dusdanig onbeholpen dat je niet echt weet of er ook een akelei bedoeld wordt. Deze wat latere klopt.

Van oudsher wordt de akelei ingezet bij vogelmagie, zeker als je roofvogels wilt africhten. En dat terwijl de Britten de plant columbine noemen, wat weer op duif slaat. Dat klopt dan weer met de Saksische benaming culverwort, duivenplant. Maar goed, vogelmagie gaat mij zwaar oven de pet.
Al tenminste vanaf de middeleeuwen wordt de akelei gekweekt en de plant heeft een vast plaatsje in de hortus conclusus, de omsloten lusthof van de Middeleeuwen.

Wat zegt de Verstandige Hovenier in 1664?

Men vindt in de Hoven van de Liefhebbers geen Bloemen die meer verscheydenheit van koleur en gedaente zijn als deze. Men vindt ze met enckelde en dubbele bloemen, blauwe, purpuren, rozeachtige incarnate, gespickelde, verstorven witte, sneeuwwitte, heel groene, alleen geele heeft men tot noch toe niet gezien. Zij vereisen goede aarde en wel ter Zonne staande plaatsen en in het Voorjaar gezaaid zijnde, bloeien zij in het tweede jaar in mei en juni.

Gespikkelde ben ik nog nooit tegengekomen, maar gele akeleien zijn er inmiddels wel.

Labels:

dinsdag, mei 25, 2010

Akelei


In onze vorige tuin waren de akeleien vrolijk gaan Mendelen. We kregen akeleien in allerlei kleurschakeringen, tweekleurig, enkel, dubbel, met rokjes, zonder rokjes, groot, middel, klein. We namen er een aantal van mee, in onze huidige tuin stonden er al, en ik heb er nog wat bijgeplant. En ze kwamen aanwaaien. Nu, bijna twintig jaar verder zien we dat hetzelfde gebeurde als in Son. Een enorme schakering aan vormen en kleuren en bijvoorkeur groeien ze op een plek van hun keuze en niet in het perk waar ik ze voorzien had. Maar dat geeft niet, het is een vrolijk en kleurig gezicht. Ze gaan hun gang maar!

Labels:

maandag, mei 24, 2010

Pindakaas en meer


Zaterdag waren we naar een eetmarkt in Gorinchem, met zowel streekproducten als multiculti hapjes. Een verademing en een verrassing. Wat leven we toch in een rijk land en wat zijn er toch veel mensen op allerlei manieren bezig met voedsel. Te veel om op te noemen, de komende tijd zal er af en toe wat opduiken op dit blog.
Wat ontdekten we aan mooie boerderijwinkels in de omgeving?
Om te beginnen waren er verschillende kaasmakers, zoals
Kaasboerderij Booij uit Streefkerk, www.kaasboerderijbooij.nl
en Geitenzuivelboerderij De Bikkerhoeve in Hoogblokland, www.landwinkel.nl
En dan natuurlijk de biologische boerderij De Groene Geer in Nieuwland: www.degroenegeer.nl
Daar kun je terecht voor vlees van lam, schaap, kalf, koe, varken en kip, maar ook voor de oogst van de appels, peren en pruimen van de hoogstamboomgaard van het Zuid-Hollands Landschap dat deze leuke boeren beheren. Het lijkt me een prachtig bedrijf in een schitterende omgeving, vlak bij Leerdam en Leerbroek. Worth a detour, zoals dat zo mooi in het Engels heet.


Op de foto pindakaas, van weer een andere zuivelboerderij. Kaas met pinda. Grappig.

Labels:

zondag, mei 23, 2010

Moestafel


We eten al een maand sla van de moestafel, smokkelsla, want ik had wat plantjes gekocht. Inmiddels is ook de gezaaide Misticanza mooi aan het opschieten, en de rucola volgt gezwind. Preitjes hebben tijd nodig, maar slaan goed aan. De radijsjes kunnen bijna geoogst worden, tijd om nieuwe te gaan zaaien.
Achter de preitjes op de foto de groene puntjes van de snijbiet, de puntarella en de kervel. De zuring wil nog niet erg. Maar het korianderblad en de platte peterselie zijn ook goed opgekomen.
Het wachten is op het bloeien van de mosterd. De bloempjes zijn heerlijk in een licht mosterdsausje bij de vis.

Labels:

zaterdag, mei 22, 2010

Paradijskorrels


Chic en gewild waren in de Middeleeuwen de paradijskorrels (grana paradisi), oftewel de meleguetapeper. Eigenlijk is de meleguetapeper geen peper in de botanische zin, dus geen Piper, maar de Aframonum spec. K. Schum uit West Afrika. Vermoedelijk door een Venetiaanse kapitein, ontdekkingsreiziger en koopman in de Afrikaanse keuken ontdekt en verscheept, ergens in de 15e eeuw. Maar de Portugezen lagen ook op de loer. In 1469 verleent koning Alfonso V van Portugal het recht op handel in de Golf van Guinea aan de koopman Fernando Gomez, met exclusieve rechten op de handel in malagueta peper.

Daarvoor kwamen ze met de karavaan via de Noord Afrikaanse kust naar Sicilie, Constantinopel, Rome. Plinius noemt ze de Afrikaanse peper, maar na de Romeinse tijd raken ze hier een beetje in de vergeethoek. Pas in de middeleeuwen vinden we er weer melding van. Le Menagier de Paris adviseert muf ruikende wijn op te peppen met de paradijskorrel.
Pas in de 18e eeuw neemt het belang van de paradijskorrel in Engeland af, nadat koning George III een verbod uitvaardigd om de korrel te gebruiken in likeur, aqua vita en hartversterkende drankjes. Nu nog wordt het gebruikt om bepaalde biertjes van een smaakje te voorzien, zoals het zomerbier van Samuel Adams.

Labels: ,

vrijdag, mei 21, 2010

Kruidenmengsel - vervolg


In het Livre Fort Excellent de Cuysine uit 1555 staat ook een specerijenmix die weer wat afwijkt van die van twee dagen geleden uit de 15e eeuw. Hier gaat galanga (laos) in, maar geen saffraan. Wel weer die lange peper naast de gewone peperkorrel. En dan ook nog eens paradijskorrels. Daar zal ik morgen meer over vertellen.

Menues Epices

Dit heb je nodig: 3,5 eenheden gemberpoeder, 4 eenheden kaneel , 2 eenheden gemalen zwarte peperkorrels, 1 eenheid gemalen lange peper, 1,5 eenheid geraspte nootmuskaat, 1 eenheid gemalen galanga en 1 eenheid paradijskorrels.

Zo doe je het: malen, mengen, zeven en in goed afsluitbare glazen pot in het donker bewaren. Gebruiken in sauzen en stoofschotels.

Labels:

donderdag, mei 20, 2010

Kruidenmengsel



Naast peperige kruidenmixen gebruikte de Middeleeuwse en Renaissance kok ook kruidenmengsels. Zoals dit mengsel uit het Livre fort excellent de cuysine uit 1555. Eigenlijk mag je dat pas rond 24 juni maken van de schrijver, maar als je in plaats van de goedkope goudsbloem - de vervanger van de dure saffraan - gewoon saffraan gebruikt is er niets op tegen om nu al eens te proberen.

Wat gaat er in? Een deel peterselie, een en en kwart deel marjoraan, een kwart deel salie, een kwart deel bonenkruid, een kwart deel tijm, een kwart deel hysop, twee envelopjes saffraan en als je wilt twee eetlepels basilicum.

Je gebruikte dit mengsel voor allerhande potspijzen, dus dikke soepen, ketelkost. Ik zou het wel door een tuinbonenschotel mikken, of door kapucijners.

Labels:

woensdag, mei 19, 2010

Peper en meer



Tijdens het Bosch Diner mocht ik wat vertellen over de smaak van het eten in de tijd van Jheronimus Bosch. Specerijen waren kostbaar en dus chic, maar kennelijk was er genoeg geld voor een redelijke groep mensen om ze aan te kopen in de 15e en 16e eeuw. De specerijen kwamen nog met een lange weg via India en Venetie en later Portugal naar Europa, de Hollanders zijn pas aan het eind van de 16e eeuw rechstreeks naar de Oost gevaren om peper, foelie, nootmuskaat en kruidnagelen te halen. Tot die tijd hadden we ook een andere voorkeur en smaak. Lange peper, zoals op het plaatje, was heel populair. De smaak is veel geuriger dan de pure zwarte en witte peperkorrels. Meer een combinatie van peper, cardemom en misschien zelfs wat gember.

Zoals we nu verschillende specerijenmengsels hebben, gehaktkruiden, of cajun, of Italiaanse kruiden, of speculaaskruiden, precies zo gold dat voor de middeleeuwen en de renaissance. Het was natuurlijk ook goedkoper om een kruidenmengsel op de markt te kopen, dan om van alle specerijen grote hoeveelheden aan te schaffen en thuis te gaan mengen. Je had bijvoorbeeld fijn poeder, en poeder uit Lombardije, en sterke poeder. Voor de arme man was er de peperkoek of Lebkuchen om de saus mee op smaak te brengen en te binden.

Wat zat er nu bijvoorbeeld in fijn poeder, of powdre douce? Kaneel, gember, nootmuskaat en kruidnagel, saffraan en lange peper. De verhoudingen liggen ongeveer zo: vier delen gember, twee delen kaneel, een deel kruidnagel, twee delen lange peper, nootmuskaat en saffraan. Als je dat fijnmaalt in de molen en dan goed afsgesloten bewaard kun je de middeleeuwen snel oproepen in de keuken. Onze speculaaskruiden zijn er een slap aftreksel van.

Labels: ,

dinsdag, mei 18, 2010

Bosch Diner - 3


Dit is een afbeelding van de lakenmarkt in Den Bosch, gemaakt door een helaas anonieme schilder in dezelfde tijd dat Jheronimus Bosch leefde. Op dit schilderij is maar weinig eetbaars waar te nemen. Er zitten een paar eierverkopers met manden eieren. Kennelijk mocht je als eierverkoper gewoon vrije handel drijven.

Dit schilderij inspireerde de organisatie van het Bosch Diner voor de inrichting van de Markt afgelopen zondag. Zo zaten we erbij, aan lange tafels onder overigens heel sjieke marktkramen. Het geeft een gevoel van verbondenheid met het verleden, met de locatie, met de Bosschenaren.

Labels:

maandag, mei 17, 2010

Bosch Diner - 2



Gisteren waren we dus bij het Bosch Diner te gast, op de Markt in Den Bosch. Wat een geweldig feest was dat, we hebben genoten. De zon scheen, de tien kookteams bereidden rond streekproducten een fantastisch maal, de stemming zat er goed in en de vijfhonderd disgenoten verbroederden snel.
Wij deelden een tafel bij team West, die hun gerechten naar schilderijen van Jheronimus Bosch hadden vernoemd: het Narrenschip, Allegorie op de Gulzigheid en Tuin der Lusten. We kregen een tom pouce gevuld met claressefilet, asperges, oesterzwammen en een mosterdcreme, en toen een Brabantse stoverij van sucadelapjes, een taartje met paddestoelen en een gepofte pieper, waarna een ontzettend lekker aardbeiensoepje, met een stukje Bossche peperkoek met aardbeienmousse en een aardbeienbonbon met pure chocola en anijszaad. Alles prachtig opgemaakt en versierd.
Op foto 1 team West aan het begin, en foto 2 aan het slot.



Mocht ik eervolle vermeldingen toekennen, dan deed ik dat natuurlijk met een historische bril. Wat herkende ik van de keuken van vijfhonderd jaar geleden in de menuutjes van het Bosch Diner? Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat ik niet alle gerechten heb kunnen bekijken. Maar zo voor de vuist weg geef ik in willekeurige volgorde een extra pluim aan deze elementen:
1. de ravioli, een regelrechte nazaat van onze middeleeuwse roffioelen.
2. de versiering van losjes gestrooide bloemen op tafel, een typisch middeleeuwse manier van tafelversiering
3. de anijszaadjes op de aardbeienbonbon, anijszaad was een zeer gangbare, zeer gewaardeerde specerij in de middeleeuwen, veel gebruikt bij bakwerk.

Wie peperkoek gebruikte kan ook op een pluim(pje) rekenen, typisch Den Bosch, en in de Middeleeuwen niet alleen als koek gebruikt, maar ook om sauzen te binden.

Labels:

zondag, mei 16, 2010

Bosch Diner


Vandaag strijken inwoners van Den Bosch neer lange tafels op de Markt. Vijfhonderd mensen eten samen een maal dat mede-inwoners van de stad voor hen bereiden. Dat koken doen ze trouwens ook op de Markt. Een driegangenmaal met voorgeschreven streekproducten: Asperges, Sucadelapjes en Aardbeien. Een tiental teams uit de verschillende wijken tekende in voor deze wedstrijd, want de maaltijden worden gejureerd door onder meer Pierre Wind en de chefkok van restaurant de Raadskelder. Welke wijk bedenkt het beste recept en kookt de smakelijkse maaltijd?

Het Bosch Diner is de grote aftrap van tien jaar Jheronimus Bosch herdenking.
In de tijd van Bosch kwamen de leden van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap regelmatig bijeen in het Zwanenbroedershuis, waar zij hun medebroeders en de inwoners van de stad een maaltijd aanboden. De schilder Bosch was lid van dit gezelschap. Om de gastvrijheid van de leden te benadrukken richtten ze regelmatig een Zwanenbroedersmaal aan.
Nu, vijfhonderd jaar later herhaalt zich dat delen van een maaltijd, nu door vijfhonderd eetlustigen. Nu bieden bewoners van Bossche stadswijken boeren, burgers én buitenlui.
Wij zijn dus buitenlui en mogen meedoen. Ben heel benieuwd en zal morgen verslag doen.

Labels:

zaterdag, mei 15, 2010

Lam


Om de een of andere reden willen we altijd vroeg in het voorjaar lamsvlees eten. We associeren lente met lam. Als de lammetjes in de wei huppelen, willen we ze meteen op het bord. Maar dat is natuurlijk onmogelijk. Die lammetjes moeten eerst spieren ontwikkelen en een beetje vlees op de botten krijgen. Eind mei, ja dan heb je wel lekker lamsvlees van eigen bodem.

Ik ben er nog niet helemaal achter waarom Paaslam een traditie is in onze streken. Want qua vleesproductie is dat dus redelijke onzin, heb ik mij door een schapenfokker laten uitleggen. Toevallig zat ik laatst te bladeren in een map met knipsels uit Vrij Nederland eind jaren zeventig, de kookrubriek van Hugh Jans. En ja, daar issie: Lam in de Lente. Een knipsel daterend uit de lente van 1978 of 1979.
Lees even mee:

Af en toe proeven we toch dat het voorjaar er is. En met het voorjaar de lammeren. Met die lammeren of liever gezegd het lamsvlees is het wonderlijk gesteld. Er schijnt weinig vraag naar te zijn hier an anderen apprecieren het wel daar. Dat wil zeggen, onze beroemde Texelse zuiglammeren gaan naar Frankrijk en om aan de geringe vraag hier te kunnen voldoen importeren wij weer lamsvlees uit NIeuw Zeeland geheel van de andere kant van de aardkloot.

Maar klopt dat dan wel? Is het dan niet eerder zo, dat de Texelse lammeren er gewoon rond Pasen nog niet zijn, maar importlamsvlees uit de Nieuw Zeelandse diepvries het hele jaar rond en in hapklare brokken als bout of rib, of tegenwoordig als rack? Of aten we in de jaren zeventig niet veel lamsvlees in dit land? Ik weet het niet meer. Maar een Texelse lamsbout was toen een kostbare tractatie, eentje waar je moeite voor moest doen en waar je lang mee bezig was, die hoorde wel bij een feestmaal in de Slow Food traditie. Hugh Jans laat ons lamskoteletten met selderiepuree eten. Dat is weer helemaal in. Hij suddert de koteletten gaar met uien, tomatenpuree, champignons marjolein, bouillon, en citroensap. Hij bindt de saus met wat bloem. Geen teentje kn.u.d.kn? Wat is dat? Hugh Jans leerde ons knoflook uit de knijper eten. En wat mij betreft zou die prima - gesneden, niet geknepen - in dit gerecht passen.

De selderijpuree is ook leuk: dit heb je er voor nodig: 1 selderijknol, 2 middelgrote aardappelen, halve theelepel pittige mosterd, zout en peper, en 3 eetlepels slagroom.
En zo doet hij het: hij schilt de selderijknol en aardappelen en snijdt ze in stukken, doet ze in een pan en bedekt ze met koud water met wat zout en kookt ze gaar. Hij giet ze af en laat ze uitdampen. Dan pureert hij de stukken knol en pieper en drukt ze door een zeef. Tot slot mengt hij er mosterd, zout, peper en room door. Ik zou het geheel nog garneren met wat fijngeknipt groen van het een of ander, peterselie, pimpernel, kervel, wat er toevallig voorhanden is. En ik zou sojaroom gebruiken.

Labels:

vrijdag, mei 14, 2010

Etiquette


Voor een event op landgoed Groenhoven bereid ik een quiz over omgangsvormen voor. Dat is dikke pret, want soms vraag je je af waar dat nog over gaat. Bepaalde manieren zijn soms zo gegroeid, maar we zijn soms vergeten waarom. En dan kan het tot komische siutaties leiden.
In de burgerlijke 19e eeuw nam onze materiele cultuur enorm toe waar het gaat om vorkjes, lepeltjes, schoteltjes, bordjes, kopjes, glaasjes. Voor ieder drankje bestond haast wel een apart glaasje, en bij ieder gerechtje hoorde een apart vorkje. Niet iedereen deed aan alles mee, want daar kon je jezelf dan weer mee onderscheiden. Taart eten met een taartvorkje: no way! Klein bestek is beter.
Maar vooral natuurlijk doen, de anderen niet hinderen met gesmak en geslurp en geboer. Dat is al heel wat, tenminste hier in het Westen.
Ik duik nog maar eens in een oude Amy Groskamp - ten Have, de schrijfster van Hoe hoort het eigenlijk? Dat eigenlijk zegt al veel.
En gelukkig is er veel veranderd. Gedoe met juskommen is haast uit de tijd. Maar vroeger was dat nog een hele puzzel: schenk je jus uit de kom op je bord? En zo ja, hoeveel dan? en waar(over)? Of gebruik je een juslepel?
En wat doe je als er iemand knoeit? Net doen of je niets ziet, ook als je zelf knoeit. Het is niet gebeurd.
Verrukkelijke en vermakelijke lectuur!
Dat je er een hele televisieserie om kunt lachen bewijst Hyacinth Bucket (zeg maar Bouquet) die onvermoeibaar poogt om in de Engelse standenmaatschappij zich een of anderhalve stand beter voor te doen dan ze is. The Lady of the House, ach jee.

Labels:

donderdag, mei 13, 2010

Tripmadam


Vorige week heb ik Tripmadam gezaaid met het oog op consumptie. Ik kwam het plantje tegen als onderdeel van een 18e eeuw recept voor Atjar en dat moet natuurlijk een keer worden uitgeprobeerd. Of het nu bedoeld was als vervanger voor taugeh, indertijd in ons land natuurlijk nog niet verkrijgbaar, of gewoon omdat het goed met zuur samengaat, dat staat er helaas niet bij. Het wordt dus een kwestie van Probeer en Leer.

Tripmadam komt in ons land nog wel in het wild voor, maar het is schaars, dus eigen kweek valt te prefereren. Je oogst er de nietbloeiende spruitsels van en dat kan - deze vetplant is winterhard - het hele jaar door.

Wat kun je er in de keuken allemaal mee doen? Je kunt er stukjes van doen door de sla, of gepureerd door sauzen en soepen, of kruidenboter mee maken voor bij de gepofte aardappelen. Je kunt het door de kruidenkwark roeren, of er een komkommersalade mee opvrolijken.

Of een gemengde salade met ricotta.

Daarvoor heb je nodig: een bakje ricotta, appel in stukjes of geraspt, aardbeien in stukjes, handje gehakte hazelnoten, handje mosterdbloemen, wat blaadjes pimpernel, wat takjes tripmadam.
De bereiding is simpel, je mengt alles en kiept het op een roggebroodje, of ander brood naar keuze.

Labels:

woensdag, mei 12, 2010

Diervriendelijke tuin



De mode in veegtuinen, spuiten met roundup, betegelde oprijpaden, het staat allemaal netjes, een woord waar ik lichtelijk allergisch voor ben in deze context. Dieren houden van een beetje een rommelig erf. Ze willen zich kunnen verstoppen, ze willen andere beestjes kunnen vinden, die zich verstopt hebben. En dus hebben wij een rommelige tuin, een wilde tuin, en spuiten wij liever niet. We onderhouden wel, maar mondjesmaat. We hebben een berg mest liggen, en een composthoop, bergen takken en boomstronken, stapels stenen en dakpannen, een steeds groeiende berg schelpen en veel planten die insecten en vogels leuk vinden. Winterkoninkjes, zwartkopjes, allerlei soorten meesjes, roodborstjes, heggemussen, lijsters, allerlei duiven, merels, puttertjes, tjiftjaffen, smellekens, om even bij de vogels te blijven. Ze vinden allemaal een plaatsje om te nestelen en te fourageren.

Wanneer je buiten woont is het niet zo moeilijk om ruimte te maken voor fauna. Maar eigenlijk kan iedereen die over een lapje grond beschikt wel iets doen om vogels en insecten te lokken. En dan heb ik het even niet over diervriendelijke planten, struiken en bomen, maar om de georganiseerde chaos. Hier een paar tips:

1. Wees niet te netjes, maai het gras bijvoorbeeld maar voor de helft, zodat je een paadje hebt en een zitplek. Laat het grasveld verder prettig uitgroeien en bloeien.

2. Koester variatie in het gras, zoals klaver, madeliefjes, zuring, weegbree, dovenetel, wikke, smeerwortel, look zonder look. Als die bloeien komen de vlinders en hommels vanzelf.

3. Maak schuilplaatsen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Een stapel hout, een stapel stenen of dakpannen, een oud schuurtje dat niet helemaal goed sluit, overgroeid met klimop, bruidsluier, kamperfoelie of een rambler roos.

4. Zorg voor rust in de tuin tijdens het broedseizoen. Laat de heg maar eens een paar maanden ongesnoeid, vergeet een hoekje van de tuin waar de winterkoning zit, hang nestkastjes op schaduwrijke plaatsen voor meesjes.

5. Zorg voor badder- drinkplaatsen, niet te diep, niet te groot, maar voldoende om regenwater op te vangen en mos te laten groeien op een schaduwrijke plaats.

Wie weet wat voor verrassingen moeder Natuur dan deze zomer voor je in petto heeft.

Labels:

dinsdag, mei 11, 2010

Buiten


Afgelopen zondag hield Ileen Montijn een lezing op Kasteel Groeneveld in Baarn in de serie Buiten. Ze vertelde over de opkomst van ons verlangen om buiten te wonen. Wij zelf hebben daar ernstig last van. Voor boeren was het natuurlijk normaal om buiten te wonen en te leven. Zomers meer buiten dan binnen, in de winter omgekeerd. Het beeld van buitenwonen is natuurlijk ernstig geromantiseerd: rietgedekte boerderijtjes, eeuwig lammetjes in de wei, een bloeiend slootkantje en wiekende kieviten. Maar het is natuurlijk ook vogelpest, platgereden egels, de trekker van half zes in de ochtend, de uitwasemgeur van de massakippenhouder. Maar we zien het liever zoals hier op het schilderij. Altijd zomer, altijd groen en altijd idyllisch.

Buiten wonen voor stadsmensen betekende forenzen met de trein of de auto voor de werkzame mannen. En voor de vrouwen? Ach, lees er Joop ter Heul nog maar eens op na, vooral het deel waarin ze net met Leo van Dil getrouwd is en als piepjong huisvrouwtje buiten maar saai vindt, zo de hele dag.

Labels: