zaterdag, mei 22, 2010

Paradijskorrels


Chic en gewild waren in de Middeleeuwen de paradijskorrels (grana paradisi), oftewel de meleguetapeper. Eigenlijk is de meleguetapeper geen peper in de botanische zin, dus geen Piper, maar de Aframonum spec. K. Schum uit West Afrika. Vermoedelijk door een Venetiaanse kapitein, ontdekkingsreiziger en koopman in de Afrikaanse keuken ontdekt en verscheept, ergens in de 15e eeuw. Maar de Portugezen lagen ook op de loer. In 1469 verleent koning Alfonso V van Portugal het recht op handel in de Golf van Guinea aan de koopman Fernando Gomez, met exclusieve rechten op de handel in malagueta peper.

Daarvoor kwamen ze met de karavaan via de Noord Afrikaanse kust naar Sicilie, Constantinopel, Rome. Plinius noemt ze de Afrikaanse peper, maar na de Romeinse tijd raken ze hier een beetje in de vergeethoek. Pas in de middeleeuwen vinden we er weer melding van. Le Menagier de Paris adviseert muf ruikende wijn op te peppen met de paradijskorrel.
Pas in de 18e eeuw neemt het belang van de paradijskorrel in Engeland af, nadat koning George III een verbod uitvaardigd om de korrel te gebruiken in likeur, aqua vita en hartversterkende drankjes. Nu nog wordt het gebruikt om bepaalde biertjes van een smaakje te voorzien, zoals het zomerbier van Samuel Adams.

Labels: ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage