maandag, juni 07, 2010

Dagelijks maal



Christiaan Andriessen tekende zichzelf aan de dagelijkse maaltijd. Het smaakte best. Wat? Daar kunnen we naar gissen. Maar wel een educated guess. Zijn tijdgenoot Jan Pijnappel tekende niet, maar schreef een dagboek in het eerste decennium van de 19e eeuw, dezelfde periode als Andriessen en De Vos tekenden. Zo schrijft hij in januari 1806:

Wij eten ten 2 uur snijboonen, met worst en koud vleesch; ze smaaken me thans nogal beeter dan gewoonlijk, schoon ik geen groot liefhebber van dit eeten ben.


Aan het eind van de dag eet de dan veertienjarige Jan nog een wentelteefje en een boterham met kaas terwijl hij zich verdiept in het Leesboek van La Fontaine voor Vrouwen en Jongedochters.
Jan Pijnappel was de zoon van een Amsterdamse koopman in kaas en boter. Als goed burger vermaakte hij zich met muziek, toneel en kunst. Net als Jacob de Vos en Christiaan Andriessen. Andriessen hing het meest de kunstenaar uit, maar verdiende daar weinig waardering mee. Hij werkte bij zijn vader in de zaak: schilderen van behang en toneeldecoraties.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage