vrijdag, oktober 29, 2010

Druiven



Bij wijngaarden denken we altijd aan lange rijen op hellingen, gunstig gelegen op de zon, korte wijnstokken, netjes gesnoeid en opgebonden. Dat zijn de druiven voor de wijn. Druiven voor de consumptie worden op een heel andere manier geleid in de middeleeuwen, zoals op dit plaatje zichtbaar is. Tegen een boom op, en dan naar elkaar toe laten groeien. Of dat nu voor het verkrijgen van voldoende zon een goede oplossing is? Of dat de methode uit nood geboren is? Een warme muur of pergola lijkt me toch zinvoller.
In de Romeinse tijd schrijft Columella al over de twee manieren om druiven te telen, voor de wijn en voor de consumptie. De grootste witte zoete druiven werden gedroogd tot rozijnen, waarbij ze soms eerst in vijgenbladeren werden verpakt. De rozijnen zijn in de winter een favoriet ingrediënt.
Aan het eind van zijn betoog over voedsel stelt Anthimus aan het eind van de zesde eeuw, dat rozijnen van witte druiven gezond zijn voor de spijsvertering, en bij buikloop heilzaam zijn, evenals bij zere keel en hese stem.

Overigens hebben onderzoekers in Cambridge vorig jaar bekend gemaakt, dat onze huidige druiven afstammen van de - in de middeleeuwen - ondergewaardeerde druiven die de boeren teelden. Zoals de Gamay en Chardonnay.
Onderzoek naar het DNA van 12 bekende druivensoorten en ontdekten dat de Gouais blanc de vrouwelijke voorouder is van de Aligoté, Auxerrois, Bachet, Chardonnay, Franc noir, Gamay noir, Melon, Romorantin en Sacy. De Pinot noir bleek de overoma van de Aubin vert, Knipperlé en Roublot. Het hele verhaal lees je hier:
http://tinyurl.com/263wtr2

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage