donderdag, oktober 14, 2010

Meer prei!


Op weg naar vrijdag preidag nog maar wat prei-weetjes. Allium porrum heef in veel Europese landen zijn naam te danken aan het Latijnse achtervoegsel: porrum: prei, poireau, porro, porree. In het Engels is het leek, verwant met ons look, het Duitse lauch, en in het Duits heet prei behalve porree ook breitlauch.

Prei groeide al in de tuinen van koning Merodach-Baladan II zo'n tweeduizend jaar voor onze jaartelling. Ur-Nammu van Ur meldt in diezelfde periode dat hij bij de bouw van een tempel ter ere van Nannar zijn tuin spaarde, daar teelde hij uiten en prei.

De geschifte Romeinse keizer Nero at veel prei om zijn keel te smeren, hij was dol op zingen, maar niet echt een beluisterbare zanger, volgens de overleveringen. Eén van zijn spotnamen was porrophagus, preivreter dus.
De Romeinse smulpaap en kookboekauteur Apicius geeft vier recepten met prei als zelfstandige groente. Arm en rijk waren dus dol op prei. Hier één van de recepten van Apicius:

Minutal à la Terentius

Dit heb je nodig: Het fijnngesneden wit van vier preitjes, 1 pond rundergehakt in balletjes, olie, vissaus, fond van rund, lavas, oregano, (lange) peper, most, broodkruim van twee witte boterhammen zonder korst.

En zo doe je het: Doe olie, vissaus en een scheut fond in een pan met bodem. Laat het preiwit met de balletjes gehakt smoren tot het vlees gaar is. Voeg zonodig wat water toe. Maak een saus van vers gemalen peper, fijngehakte lavas, fijngehakte oregano en vissaus, maak deze af met ingekookte most. Doe saus en gehaktballen en prei in een kookpot. Wanneer het aan de kook is bind je het met brood kruim. Strooi er peper over en dis het op.

De Romeinen waren dol op peper, gewone zwarte peperkorrels, maar ook de piper longum, de lange peper die in de Himalaya groeit. Geuriger van smaak, sterker ook. Als je hem kunt krijgen is het spannend om er mee te experimenteren.

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage