woensdag, november 17, 2010

Granaatappel - de restjes



Er zijn nog wat restjes granaatappel, die hier samen worden opgedist.
Aan het begin van de 17e eeuw schreef Lady Elinor Fettiplace haar recepten in een schrift. Opmerkelijk is dat zij kon schrijven én een schrift bezat. De collectie is eeuwen in de familie bewaard en eind vorige eeuw in boekvorm uitgebracht, gerangschikt naar de seizoenen. In de maand september moeten we - onder meer - granaatappels drogen. De granaatappels dien je met een laagje was in te smeren en dan vrij van elkaar op te hangen in een slaapkamer waar altijd een vuur brandt. Bij voorkeur in een kast. Zo gedroogd blijven de granaatappels goed tot Pinksteren.

Ik heb het niet uitgeprobeerd en ga dat ook niet doen. Nergens meer voor nodig.

In het Perzische kookboek vond ik een manier om granaatappelsap te conserveren, je maakt er Robb-e-anar van, een soort puree van granaatappel en bietjes.

Granaatappelpuree

Dit heb je nodig: een liter zoetzuur granaatappelsap, een middelgrote rode biet, ongekookt, geschild en in blokjes, een theelepel kaneelpoeder.

En zo doe je het: Doe alle ingrediënten in een pan met dikke bodem en breng de massa aan de kook. Draai dan het vuur laag en laat alles een uur of twee inkoken in de pan zonder deksel erop. Af en toe roeren. Als de boel is ingedikt, haal je de pan van het vuur en laat het spul afkoelen. Daarna zeef je de puree (bietenpulp eventueel verwijderen of naar keuze: pureren en terugdoen) en doe je alles in luchtdichte potten. Koel bewaren.

De biet doet weinig voor de smaak, maar veel voor de kleur.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage