donderdag, november 11, 2010

Granaatappels - vervolg


De Romeinen noemden de granaatappel Punische appel (malum Punicum), een aanwijzing dat de vrucht via Carthago naar Italië kwam. De herkomst van de granaatappelboom ligt echter in de regio Caucasus, Armenië, Iran en omdat er een Sanskriet-versie van granaatappel bestaat weten we dat hij ook in Noord-India al vroeg aangeplant werd.
De Assyriërs waren dol op deze vrucht met zijn mooie kleur en leerachtige schil. Assyrische kruidenboeken reppen van zoete en bittere granaatappelrassen. De bittere wordt ook wel 'zuur' genoemd.
In Egypte kennen ze de granaatappel pas uit de tijd van Tuthmosis I (16e eeuw voor onze jaartelling), die met Syrië oorlog voerde. De granaatappel als oorlogsbuit.
De boom wordt snel populair en in veel tuinen en boomgaarden aangeplant.
In veel graven - onder andere van Echnaton - vind je afbeeldingen van granaatappels als offerande, zoals op het plaatje hierboven.

De Romeinen cultiveerden de granaatappel verder. Plinius rept van negen rassen en Columella beschrijft hoe je granaatappes voor de winter kunt bewaren. Eén methode is door ze met riet samen te binden en dan in kokend zeewater te hangen, tot ze hun kleur verliezen en dan ze drie dagen in de zon te drogen. Voor het gebruik werden ze dan drie dagen in koud zoet water geweekt. Geen idee wat dat met de smaak doet, maar het lijkt me afschuwelijk. Een betere manier lijkt me om het sap te conserveren, zoals dat nu nog in Libanon gebeurt voor de Rab er‘remane. De siroop kun je dan aan allerhande gerechten toevoegen om er een rins smaakje aan te geven.

Je ziet in feite twee conserveringsmethoden overleven: de gedroogde pitten en het ingedikte sap. Maar zolang er verse granaatappels zijn eten we ze liever vers:

Salade van peer en granaatappel

Dit heb je nodig: per persoon een verse sappige peer, als het grote zijn een halve per persoon. Klokhuizen verwijderd en in plakjes, als de schil mooi is die vooral laten zitten. Pitten van één of twee granaatappelen, sap opgevangen. Sap van een citroen. Scheut olijfolie, Roquefort in brokjes, geroosterde pecannoten.
En zo doe je het: Meng in een kom de peren met de granaatappelpitten en giet er het opgevangen sap, citroensap en de olijfolie over. Verdeel de salade over kleine bordjes. Strooi er de krummels kaas over en de geroosterde pecannoten over en dis op.

Pecannoten rooster je in een koekenpan of wik met dikke bodem, licht ingewreven met plantaardige olie. Pan een beetje heen en weer schudden tot het lekker gaat ruiken. Duurt een paar minuutjes.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage