vrijdag, januari 21, 2011

Westfriese Ketelkost



Lezing aan het voorbereiden, waarbij veel platteland voorkomt. Iedereen werkte mee, iedereen had een taak, want het was vaak sappelen geblazen. Veepest, overstromingen waardoor de oogst mislukte, hoge pachtprijzen, het boeren was een hard bestaan. Koken mocht niet te veel tijd kosten, dat deed je er tussendoor. Het eten moest voedzaam zijn, brandstof voor de werkende mens. Ketelkost, brij, dat laat zich voorbereiden. Het onderstaande gerecht is een 'dure' versie, met vlees.

Als je alles in één grote pot wilt koken, maar je wilt geen soep of hutspot, wat doe je dan? Je hangt het meeste spul in zakjes in de grote pot met water of bouillon en laat alles langzaam garen. Daar hoef je - als het vuur goed geregeld is - niet de hele bij te blijven. Zo'n ketel met kost heeft wel een paar uur nodig. Af en toe wat toevoegen en kijken of er nog genoeg kookvocht in zit hindert het werk in huis niet.

Met de seizoenen mee-eten, vroeger had je weinig keus. Wat was er dan nog in januari? Kool, gedroogde peulvruchten, pekelvlees, stoofperen. In West Friesland maakten ze er dit van:


Westfriese Ketelkost

Dit heb je nodig: 2 kilo stoofperen (Winterjannen, Brederodes, of Gieser Wildemannen)
2 ons gort, 1 pond gedroogde grauwe erwten, 1½ kilo mager pekelvlees, 2 groene kooltjes

En zo doe je het: Zet eerst de (gave) geschilde en gehalveerde peren op in een grote pan water, tenminste drie uur voor je wilt gaan eten. Doe er na anderhalf uur het pekelvlees in een zakje bij en het zakje gort (half gevuld, vanwege het uitzetten) en de geweekte erwten, ook in een zakje. Kook de losse bladeren van de groene kool in een netje mee het laatste half uur.
Schik alles los op een grote schaal, snijd het pekelvlees en serveer het met aardappelen en gesmolten boter.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage