dinsdag, maart 15, 2011

Kervel



Vorig jaar smulden we van de kervel van de eigen kweek. Het was een goed kerveljaar, waarbij vier zaaisels ons van dit geurige kruid voorzagen. Voor soep, saus, omelet en meer. Wij scharen ons daarmee in een lange traditie. Kervel is van oudsher een geliefd keukenkruid. Natuurlijk, er worden ook geneeskrachtige eigenschappen aan toegeschreven, het zou vochtafdrijvend werken. Maar laten we het maar op lekker houden.
In het Vermakelijk Landleven (1667) staat de plant ook beschreven. Hier mijn hertaling:

Deze wordt in de september gezaaid om in de winter te gebruike, en voor het voorjaar weer gezaaid in april. Men kan die ook in juli zaaien, en die men na Sint Jan zaait schiet niet in 't zaad. (...) Als je een deel zaad laat schieten, komt het vanzelf het jaar erop weer op.


Vroeger maakte men er wel kerveltaart van en dat deden ze in de 17e eeuw zo:

Neem verse kaas een een grote handvol fijngesneden geblancheerde en uitgelekte kervel, en dan vijf of zes eieren. Klop eieren en verse kaas en kervel door elkaar tot een luchtige massa en doe die in een met piedeeg bekleedde taartvorm en leg er wat klontjes boter op en laat het dan bakken tot het deeg gaar is. En als je het opdient leg je er nog wat klontjes boter op.

Verse kaas kun je als cottage cheese, je kunt ook heel jonge kaas fijn raspen en er door roeren.
Wat totaal ontbreekt in dit recept zijn de in die tijd zo geliefde specerijen. Je zou er dus wat gemberpoeder, kaneel, suiker over kunnen strooien.

Morgen meer.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage