zondag, maart 20, 2011

Meer wortel en peen




We gaan het nog even hebben over wortel en peen. Waar komen die woorden vandaan? Wat betekenen ze? En waarom gebruiken we zowel wortel als peen om dezelfde groente aan te duiden? We pakken de oude woordenboeken en etymologische woordenboeken er even bij:

Om te beginnen de wortel, of de wortelen, of vroeger ook: de wortele (enkelvoud. Dat woord heeft zijn wortels in de Germaanse talen: wurzula, een samenvoeging van wurti en walan hetgeen zoveel wil zeggen als wortelstok. En in alle streken en gewesten, dorpen en steden kreeg dat een eigen klank: weurtel, wurtel, wirtel, wottel, woddel, weuttel, wuttel. Maar het betekende allemaal wel hetzelfde: Het deel van de plant, boom of struik dat zich onder de grond bevind - gewoonlijk - en waarmee de vegetatie zich aan de aarde vastklemt en voedingsstoffen opneemt. Dankzij de wortel groeit het gewas. Wortel kan zowel pars pro toto zijn (wortelen, wortelstelsel) als die ene enkele wortel.
In principe slaat het woord 'wortel' dus op alle wortelen van alle planten, en niet alleen op de groente Daucus Carota. Die werd ook wel met beetwortel aangeduid.

En dan heb je de peen, een woord dat zowel op de wortel als op de gehele plant slaat. Een woord dat zowel op de zomer als de winterwortelen slaat, op kleine en op grote soorten. Maar... in het zuiden van het land zou peen, en in het noorden wortel meer in zwang zijn, aldus een 19e eeuwse bron.

Heukels zegt in 1907 en in 1909:
By ieder wel bekend, en in het Neederlandsch niet alleen dus, maar ook veeltijds Wortelen, ook wel Caroten genoemd: in 't Latijn Daucus, of Pastinaca tenuifolia … Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie bijzondere soorten; als: I. Daucus sativus radice lutea, of geele Peen, anders Wortelen. II. Daucus sativus radice rubra, roode Peen, of Wortelen. III. Daucus sylvestris, of wilde Peen,
De peen wordt ook wel gele of roode wortel genoemd. In eenige bronnen worden deze verb. echter ter onderscheiding van bep. (niet altijd met zekerheid te identificeeren) ondersoorten gebruikt.

Wortelen dus, in het Noorden des Lands en de streeknamen voor verschillende onderrassen lijken dat te bevestigen:

Chomel meldt in 1743: Men noemt de Peen gemeenlyk enkel, met den naam van Wortelen; en dat wel die beste gele Peen, die men Leidse Wortelen noemt; om dat ze in de zandige gronden best en smaaklykst groeien.

Uit een negentiende eeuwse botanische gids:
Meerdere wortelsoorten zijn in ons land onder plaatselijke namen bekend. Behalve de Amsterdamsche, de Zwijndrechtsche en de Utrechtsche wortel, heeft men een Hoornsche, een Berlikummer, een Groninger, een Flakkeesche en een Leidsche,
En, aldus Molema in 1895: Wij onderscheiden: rooie, en: witte wortels; de roode worden in 't Oldampt, de witte in de Ommelanden geteeld, MOLEMA (hs.) [1895].

Volgende week meer over peen, want pee, pastinaak, witte peen, dat loopt ook allemaal prettig door elkaar!

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage