woensdag, juni 01, 2011

Meerval



Vanavond ga ik weer een lezing over de Culinaire Canon van Limburg houden, dit keer in de bibliotheek van Geleen. Altijd leuk om mensen te mogen vertellen over onze rijke culinaire geschiedenis. In de Romeinse tijd aten ze daar de vis die in de rivieren zwom. Waaronder de meerval en dan bedoel ik niet die kweekdingetjes van nu, maar die stevige grote vissen. Tijdens de opgravingen in het Beierse Hienheim werd ons altijd verteld dat je in de Donau niet kon zwemmen omdat die meter(s)lange vissen graag beten. In ons land waren ze verdwenen. Maar ze zijn terug van weggeweest, ze zwemmen in de Roer en misschien inmiddels ook wel weer in andere rivieren. Goed nieuws, als je er tenminste op zou mogen vissen. Want ze zijn heel smakelijk. Dit deden de Romeinen er mee:

Gevulde meerval

Dit heb je nodig: per persoon een halve meervalfilet, 2 ons hazelnoten, 1 bosje fijngehakte munt, 1 theelepel komijnzaad, 1 eetlepel versgemalen zwarte peper, 1 eetlepel honing, zout, olijfolie.
En zo doe je het: Snijd de meervalfilets in twee stukken en snijd de stukken open. Maak van de noten, munt, komijn, zwarte honing en zout een pasta. Doe de notenpaste in de filets. Vouw de filets dubbel en bind ze vast met een touwtje. Plaats ze in een met olijfolie ingesmeerde ovenschaal en laat ze in een voorverwarmde oven (220 graden C) in ongeveer een half uur gaar worden. Hoe dikker de filet is, hoe langer het duurt.

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage