donderdag, oktober 20, 2011

De rekeningen van de graaf - 2


De bezittingen van Graaf Willem IV lagen wijd verspreid. Verreweg het belangrijkst was Den Haag, waar een stenen, met lei gedekt huis met feestzaal stond. De bijgebouwen waren rietgedekt. Andere verblijfplaatsen waren Geertruidenberg, Tetrode bij Haarlem, Middelburg bij Alkmaar en Aelbertsberg.
Over Den Haag is het meest bekend. Onderdeel van de bijgebouwen waren natuurlijk de paardenstallen, maar ook de koestal en het melkhuis waar Matten de melkvrouw, Hannes met het waterhoofd, en Coppijns wijf met de bult tot het vaste personeel behoorden. Er was ook een slachthuis, een brouwhuis, een bottelarij, een bakhuis en een kleermakerswerkplaats. Er was een hondenstal, en een optrekje voor de hoenders, valken en duiven. Allemaal nutsdieren. Maar wat te denken van de leeuw? Wat deed Willem met een leeuw? Een onpraktisch maar waardevol cadeautje? Er werd een speciaal leeuwenhuis gebouwd, rijkelijk met ijzer beslagen en onderaan van eikenhouten tralies voorzien. De deur werd met ijzeren haken gesloten en Vrederik den Slotenmaker leverde twee sloten, een ijzeren ketting en een halsband. Het hebben van een leeuw was een dure hobby. 158 schaapsbuiken en 22 kalveren werden het dier voorgeschoteld tijdens zijn korte verblijf in Den Haag.

Eigenlijk was bijna alles voorradig voor het dagelijks leven in de Haagse hofstee. En via de tienden kwamen rogge en tarwe voor de bakkerij en brouwerij binnen. Wel werd er regelmatig slachtvee gekocht, bijvoorbeeld 13 mestvarkens, ossen, koeien en vaarzen die mager werden ingekocht en vetgemest werden in een weide in de buurt. Daarnaast werden ettelijke zijden spek uit Denemarken ingekocht. Er kwamen daarnaast af en toe herten of wild zwijn op tafel en zelfs staat een keer een post van veertien roerdompen vermeld. Het zal een speciale gelegenheid geweest zijn.

De graaf liet natuurlijk naar de mode van die tijd zijn eten met specerijen en kruiden op smaak brengen. De specerijen werden in Dordrecht en op Vlaamse markten ingekocht. Gember, kaneel, peper, nootmuskaat en kruidnagelen werden bij ponden tegelijk ingeslagen en dat was een kostbare zaak. Het lijstje in de beschrijving van het grafelijk huishouden is vast niet compleet, want populaire specerijen als galanga en komijn ontbreken. En als de graaf het toch breed liet hangen, dan zal er zeker ook staarpeper (cubeba) op voorraad zijn geweest. Maar zo is de voorraadkamer al indrukwekkend genoeg. Morgen meer.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage