donderdag, juli 12, 2012

Brasem


Gisteren gingen we met een klein clubje vogels van diverse pluimage vissen in de Heerlijkheid Gorinchem, met vissers André en Marco. Zomerbrasem was het doel, maar vooral het vissen met het staand want. Of wand zo je wilt. Het staand want is een eeuwenoude methode om vissen in een net te jagen. Boven aan het want zit een drijflijn en aan de onderzijde een loodlijn. Daartussen hangt het net met ruime mazen. De meeste vissen zullen er zo tussendoor glippen. Maar een flinke brasem of baars zul je er mee kunnen vangen.

Vroeger vingen de binnenwatervissers met deze netten vooral zalm, fint en elft. Met de drijverschuit werd het net tussen een tonnetje met licht rop op de stromende rivier uitgevaren. Het net drijft dan met de stroom mee tussen het tonnetje en een verlichte boei. Dat zijn drijfnetten en volgens mij is dat gaand want. De zalm komt in het donker aan de oppervlakte zwemmen en verstrikt dan soms in het net.
Het staand want wordt nu alleen nog gebruikt op water met maar weinig stroming om snoekbaars, baars of brasem te vangen. Wanneer de vis met de voortplanting bezig is mag je er niet mee vissen, dat is tussen 1 april en 1 juni. Maar zomerbrasem mag je nu vangen. En dat is dus gelukt. We vingen zelfs een baars.


Behalve zalm - niet meer inheems - en paling en beekforel moeten de meeste mensen niet veel meer van de vissen uit onze binnenwateren hebben. Zeevis wordt verkozen. Maar dat is niet terecht. Veel zoetwatervis is heerlijk en daarnaast ook nog eens een geweldige eiwitbron. Veel vissen in onze binnenwateren zijn dermate talrijk aanwezig dat een beroepsvisser een belangrijke bijdrage kan leveren aan de behoefte aan dierlijke eiwitten. Waar de zeevis voor een groot deel op de rode lijst van bedreigde diersoorten staat, kan de zoetwatervis mooi aan de behoefte van de consument voldoen.

Snoekbaars is de meest toegankelijke, maar historisch gezien een 'nieuwkomer' want pas uitgezet in de Nederlandse wateren in de tweede helft van de 19e eeuw. In de oude kookboeken kom je veel brasem, baars, snoek, elft en zelfs pos tegen. Ik zou zeggen: begin met de snoekbaars en ga dan oefenen met de baars en de brasem. Ga buurten bij je plaatselijke zoetwatervisser. Maar graag wel een profi, want die doen ook aan faunabeheer. Duurzaam vissen is vissen met zicht op de lange termijn, zorgen dat je kunt blijven vissen. Dus met respect voor de (voortplanting) van de vis. En de mannen van de Heerlijkheid weten dat als geen ander.

Labels: , ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage