zondag, juli 15, 2012

Vroege tomaten


Na de ontdekking van de Amerika's zijn de tomaten best snel naar en over Europa uitgewaaierd. Plantkundig geïnteresseerden stuurden elkaar zaadjes, die prompt in de fraaiste tuinen van Europa werden geplant. Eén van die tuinen was de Hortus Eystettiensis, in het Beierse Eichstätt. Daar verscheen in 1612-1613 een prachtig boek met tekeningen van alle inheemse en uitheemse planten die de prins-bisschop liet planten in de vernieuwde tuinen bij zijn dan net in Renaissancestijl vernieuwde kasteel. De opdrachtgever was de toenmalige bisschop Gemmingen, die het voltooien van het werk zelf ternauwernood heeft meegemaakt. Degene die tekende was Basileus Besler, die in Nüremberg woonde en werkte. De planten werden naar hem toegezonden, waarna hij ze tekende. Besler vergaarde botanische kennis door te corresponderen met vooraanstaande plantkundigen in Europa, waaronder ongewtijfeld Clusius. Die had ook contact met de opdrachtgever. Besler legde zelf snel een tuin aan, omdat de frisheid van de planten bij de wekelijkse zending niet altijd meer een goede tekening garandeerde. Zo kon hij de boel een beetje organiseren. Besler neemt veertig inheemse planten uit de prinsbisschoppelijke tuin niet mee, om plaats te maken voor meer exotische en dus in die tijd heel spannende gewassen. Zoals de tomaat. Er is ook een afbeelding met lichtgele vruchten. Tomaten die niet rond en glad zijn, maar lekker ribbelig en rommelig.
Hamvraag: werden deze liefdesappels toen ook gegeten? Denkelijk niet in Duitsland. Al werd er misschien wel gerept van lieden in het verre Zuiden van Europa die dat wel deden. Maar de tuinen van Eichstätt waren vooral om te verbazen en te verrukken. En een beetje voor de medicijn. De tuin werd samengesteld met adviezen van een apotheker tenslotte. Op het bord belanden de tomaten pas een hele dikke eeuw later.

  

Labels: ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage