maandag, januari 28, 2013

Successtrategie - Prehistorie

 
Gisteren sprak ik met een groep Youth Food Movement Academy - studenten over successtrategieën vanaf de prehistorie. Kunnen we iets van het verleden leren, en in hoeverre zie je wat er in het verleden in ons land gebeurde nog terug in de wereld van nu. En is de successtrategie van de ene groep misschien juist wel de ondergang van een andere. Of is zo'n successtrategie wel goed voor ons milieu, onze aarde. Wat zeggen de keuzes die er gemaakt zijn over de mens. Allemaal vragen waar we een antwoord op probeerden te vinden, hoewel dat soms niet zo eenvoudig is. Waarbij je soms niet verder komt dan te weten dat het vragen zijn waarover je kunt nadenken. Neem nou deze overweging als gedachten-experiment:

De mensen in de prehistorie zijn aanvankelijk jager-verzamelaars. Ze nemen uit de natuur wat ze nodig hebben om te overleven. Hun voedselstrategie wordt bepaald door wat het seizoen, of de locatie ze biedt. Ze zullen dus in de vogeltrektijd naar de nattere delen zijn gegaan, waar eenden en ganzen rustten. Ze zullen achter kuddes rendieren of mammoeten aan gegaan zijn. Ze zullen zijn gaan kijken bij de wilde kersenbomen en appelbomen in de zomer. Aan zee zullen ze naar schelp- en schaaldieren hebben gezocht en vissen gevangen die bij vloed landinwaarts kwamen. Hun voedselstrategie was simpel, redelijk doeltreffend, maar bood geen al te grote zekerheid.

Ergens, zo'n 6000 jaar geleden, komen de eerste boeren naar ons land en bouwden boerderijen op de vruchtbare loessgronden in Zuid-Limburg. Deze boeren zijn verre verwanten van de boeren die vanuit Turkije, naar het Donaugebied trokken, en langs de Donau naar Duitsland kwamen, vervolgens ook gebieden in Keulen/Aken bewoonden en dan in Nederland arriveerden. Dat ging niet van de ene op de andere dag, trek er een paar duizend jaar voor uit. Maar waarom die expansie? Heel simpel. Het boerenleven betekent voedselzekerheid. Het wonen in een boerengehucht met een vast dak boven je hoofd, de akkers en het vee dichtbij betekent dat je zomer en winter voor voldoende voedsel kan zorgen, aangevuld met wat de natuur te bieden heeft. Er komen kinderen, veel kinderen, die beter tegen de gevaren van het groot-groeien bestemd zijn. En dus komt er steeds meer behoefte aan woongebied, om voor iedereen een boerderij te kunnen bouwen Zo schuiven de boeren van de Lineaire Band Keramiek (we noemen ze naar de manier waarop ze hun aardewerk versieren) in de loop der eeuwenop in de richting van Zuid-Limburg. Om hier te gaan akkeren, graan te gaan verbouwen, vuursteen te winnen en bewerken.

Limburg is dan geen onbewoond gebied, er wonen jager-verzamelaars. Sommige meisjes van deze groepen zien wel wat in de boerenzonen met hun succesvolle voedselstrategie. Maar er is natuurlijk wel een probleempje. Akkerbouwers en veetelers vinden het geen goed idee als je als jager-verzamelaar door 'hun' akkers struint om hazen te schieten en daarbij de oogst platttrapt. De grond ís in eens van iemand. De jager-verzamelaars zullen zijn gemarginaliseerd, of de succesvolle strategie hebben overgenomen.
Misschien kun je een verband zien met de regenwouden in het Amazonegebied, waar de houtkap om soja-plantages te maken desastreus is voor het regenwoud én voor de bewoners.


Morgen verder. 

Copyright tekst en foto: Lizet Kruyff januari 2013. 









  



Labels: , ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage