zondag, februari 23, 2014

Avocado


Avogato (Persea gratissima Gärtn.), ook alligator-peer genaamd is lid van een geslacht dat tot de schoone familie der Laurineeën behoort. Zo staat het in de Winkler Prins van 1870. Wij zeggen nu avocado. Het verhaal gaat verder, ik hertaal een beetje: De hangende bes wordt zo groot als een kinderhoofd en heeft de gedaante van een peer. Zij is geel of bruinachtig groen.

Tussen de schil en de harde, grote pitten bevindt zich een bleek, boterig vruchtvlees, dat in West-Indië en Tropisch Amerika wordt gebruikt. Het smaakt als boter of merg en de Europeanen vinden het zeer aangenaam van smaak. Doorgaans wordt er wijn, suiker of citroensap bij gevoegd, of ook wel peper en zout. De vrucht is zeer gezond.

De laatste tijd wordt de boom ook in Kew Gardens in Engeland gekweekt. Hij groeit het best in een leemachtige odem en vereist een vochtige warmte.
Tot zover Winkler Prins. Gezond vinden we avocado nog steeds, maar dat suiker? Hm, nee. Dat avogato is trouwens een verbastering van het Indiaanse woord dat 'teelbal' betekent. Een klotenboom dus. Toch weer wat anders dan een kinderhoofd. En over de afmetingen kunnen we het nog hebben. De kleur trouwens ook.   

Wij zagen de bomen indertijd op Madeira, en Gabrielle heeft er in Entebbe eentje in de tuin met zoveel vruchten dat mens en hond zich er te goed aan kunnen doen.  


Labels: , , ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage