dinsdag, april 29, 2014

Tomatengelei

Zit nog steeds in de 'praktische kookboeken' op zoek naar wat we nu nog echt praktisch zouden vinden. Koude schotels vinden we nu heel gewoon, al noemen we ze meestal anders. Toen, in de jaren twintig van de 20ste eeuw, leerde zo'n kookboek ons nog welke plaats zo'n koude schotel in het menu innam. Lees maar even mee, ik hertaal een beetje en geef van alles een voorbeeld:
1. Koude schotel bij de lunch, denk aan een huzarensalade

2. Als voorgerecht bij een etentje, denk aan een garnalen- of krabcocktail
 3. Als één van de gerechten bij een uitgebreid diner, na de soep, een vis of een vleesgerechtje, denk aan een galantine of een chaudfroid

4. Een zomermaaltijd, maar dan wel soep vooraf en een toetje, denk aan een kipsalade, of vissalade, of witte bonensalade.

Een aantal van deze gerechten zal ik de komende tijd uitwerken. Nu eerst de garnering, want die wordt zeer belangrijk geacht. Van het tot een waaier gesneden augurkje via de radijsbloem tot de getande wortelplak. Spannender is de tomatengelei.

Tomatengelei

Dit heb je nodig: 1 dl warme tomatensap, 4 blaadjes geweekte en uitgeknepen gelatine.
En zo doe je het: Los de gelatine op het warme tomatensap. Vul hiermee vormpjes die je eerst met koud water omspoelt. Eierdopjes werkt ook. Laat ze goed afkoelen en stort ze op de schotel met het voorgerecht, of op een individueel bordje waar je het voorgerecht bij schikt.

Tip: doe een scheut wodka door de tomatensap en een draai peper.
Tip: stort het spul in een platte bak, zodat je er vormpjes uit kunt snijden, of vierkantjes kunt van maken. Laagje van een halve centimeter is genoeg. Wel even koud omspoelen dus. Of even met wat zonnebloemolie insmeren. Je kunt de vormpjes ook vóór het storten in een bak met kokend water houden gedurende een seconde of tien.  

Het plaatje is van een tomaat, zoals we ze hier in 1590 in Europa kweekten. Het waren een soort gouden appelen, in onze toen nog onervaren ogen.


Labels: , , , ,

maandag, april 28, 2014

Eiercroquetjes


Op zoek naar iets in boeken. Levensgevaarlijk, want je raakt bijna altijd afgeleid door iets wat wel zinvol is, maar nú even niet. Zo struikelde ik dit weekend als maar over het woord 'practisch' in de kookboeken. Alles moet 'practisch'. Probeer het even om te draaien: Een bundel recepten voor de onpraktische huisvrouw? Zou  nog kunnen. Maar Onpraktische Recepten voor de Huishoudschool? Nee, dat dan weer niet. Waarom we praktisch gingen doen zo in de loop van de 20ste eeuw staat al in 20 Eeuwen Koken en Eten (1997) en straks in het Grachtengordelkookboek. Het was niet voor niets een toverwoord. Maar goed, nu zit ik dus met een boekje van Wouda's Verpakte meelsoorten op mijn schoot. Hoe Moet Ik Bakken? Met recepten voor de praktische huisvrouw. Dat moet wel want de receptuur is alles behale volledig. Ze leggen niet uit hoe je een rouxtje moet maken bij de kroketten. Maar dat kunnen jullie vast. Ook wordt er een rauw ei opgevoerd, maar dat blijft in de lucht hangen.  Ik heb het recept dus maar een beetje aangepast.  Hadden we nog hardgekookte eieren over? Dan zijn deze eiercroquetjes misschien een idee. Anders bewaar je het recept maar tot volgend jaar. 
Overigens: Wouda in Sneek bestond 150 jaar in 1968, dus de als grutterij begonnen onderneming stamt uit 1858 en breidde gestaag uit. Het markante fabriekspand uit 1912 werd in 1980 gesloopt.

Eiercroquetjes

Dit heb je nodig: 4 hardgekookte eieren, 1 1/2 dl bouillon, 20 gram fijne tarwebloem, 20 gram boter, peper, zout en nootmuskaat naar smaak,  1 uitje, 1/2 eetlepel fijngehakte peterselie, 1 losgeklopt ei, wat losse bloem, paneermeel, frituurvet

En zo doe je het: Pel de eieren en hak ze fijn. Snipper de ui. Meng ui en ei aan met een sausje van boter, bloem en bouillon. Voeg peterselie en ook wat zout, peper en nootmuskaat naar smaak toe. Laat alles goed opstijven. Vorm er kroketjes van. Rol die eerst door de bloem, dan door het ei en dan door de paneermeel. Laat ze nog even opstijven in de koelkast en dan: goudbruin frituren.
Lekker met een lik goede mosterd.

En ja: het gaat ook met glutenvrij meel, of een mengsel gv meel met boekweitmeel, of kleefrijstmeel, en gv paneermeel. Je kunt ook gewoon aardappelpuree nemen in plaats van een rouxtje. Maar dat vind ik toch lekkerder met garnaaltjes. Hoewel... een combi van ei en garnaal.... Kan niet anders dan lekker zijn. Ik voel een experiment aankomen.



Labels: , , , , ,

dinsdag, april 22, 2014

Parijse Soep


Geschiedenis van de vorige eeuw. Best interessant eigenlijk. Vooral ook hoe we na vijf jaar opgesloten te hebben gezeten tussen onze eigen grenzen ná 1945 behoefte kregen aan Buitenland. Vooral in de jaren vijftig verschijnen er tal van kookboekjes die dat buitenland naar onze eettafel toveren. Veel  buitenland, van Rusland en Hongarije, tot Frankrijk, Italië en Engeland. Maar géén Duitsland, géén Oostenrijk. Nou ja, een tikje Wenen. Maar verder liever Spanje, of Zwitserland, of Servië. En als er al iets 'Duits' in staat (knödel) dan heet dat 'Elzas'. Dan al weer Frankrijk. Zo zien we de wereldgeschiedenis in een kookboekje van 66 pagina's terug. Het heet: Eet Eens Wat Anders en het werd geschreven door de dames J. Bles- Thuring en L. De Ridder- Bles. Receptje dan maar? Tuurlijk. In de jaren vijftig was een reisje naar Parijs heel hip en avant-garde. Hier mijn hertaling, deze klassieker is ook weer helemaal van nú:


Parijse soep

Dit heb je nodig: een hand vol zuring, een halve krop botersla, een handje kervel, volle eetlepel boter, 1/2 liter water, peper en zout naar smaak, 1 ei, scheutje room, croutons.

En zo doe je het: spoel zuring, sla en kervel schoon, laat uitdruipen en snijd de boel fijn.  Laat de boter smelten in een pan met dikke bodem. Niet bruin laten worden. Laat de groente in de boter een minuut of tien smoren. Doe er het water bij en peper en zout naar smaak. Breng aan de kook en laat het geheel pruttelen tot de groente gaar is. Passeer door een zeef en warm nogmaals op. Kluts in een soepterrine het ei los met de room. Giet daar stevig roerend met een garde de gloeiend hete soep op. Strooi er de croutons op en dien meteen op.

Overigens: de geromantiseerde versie van de haremdame achter het fornuis met de echtgenoot met tulband heb ik nog niet echt bij een recept kunnen plaatsen. Zo ver gaat het 'buitenland' in dit boek nou ook weer niet.


 

Labels: , , , , , ,

vrijdag, april 18, 2014

Met eieren op de canapé


Een bezoekje aan mijn boekantiquair, ach het kan nog een krap jaar, dan houdt hij er mee op. Wat zal ik de herinneringen er aan koesteren. Plus de schatten die ik daar verzamelde. Groot en klein, allemaal dierbaar. De laatste keer kreeg ik een reclameboekje van Saladine (product van Unilever) mee. Met Heerlijke Mayonnaise recepten en Kostelijke Saladeschotels. Jawel. Met Saladine. Dat spul - slaolie - bestond er in drie varianten: Goudzegel, de duurste, groenzegel, de middenmoter en de goedkoopste: roodzegel. Kleuren die je voor dezelfde prijsopbouw bij koffie en thee tegenkwam. Het is gemaakt op basis van pinda's (aardnoten), immers de fabrikant beweert dat de Saladine van de fijnste noten van de eigen plantage is gemaakt.
 
De door een chefkok gefabriekte receptuur levert vreemde zaken als een Salade Singapore op, van rijst met ananas en dan saladinesaus met kerry en citroensap. Of oesters op een crouton met mayo en daaromheen een randje slagroom. Maar ook eetbaars, zeker zo rond Pasen, wanneer er eigenlijk altijd hardgekookte eieren overblijven. 
Aardig zijn vooral ook de sandwiches, mocht je een high tea voor ogen hebben, of een brunch, of zomaar zin in iets kleins. Geroosterde boterhammetjes zonder korst, vroeger heette dat ook wel canapé. Lekker opgeleukte stukjes brood. Te bestrijken met mayonaise (maak je nu gewoon zelf, of je smokkelt met een potje). Je pureert waterkers en doet die door de mayo. Dan leg je er plakjes hardgekookt ei op en je garneert met fijngesnipperde bieslook. Je kunt ook kaviaar op de eiplakjes doen. In dat geval zou ik roomboter nemen in plaats van mayo en daar de gepureerde waterkers door doen. In plaats van kaviaar kun je ook een paar Hollandse garnaaltjes nemen. Dan is mayo wel weer leuk. Of in plaats van waterkers ansjovis door de boter pureren en onder het ei leggen. Dan wel weer wat groen erop als garnering. Zo kom je op een speelse manier van je eieroverschot af.

Labels: , , , , , ,

dinsdag, april 15, 2014

Koekjes toe


Vooruit, nog een koekje dan. De aalbessen bloeien al, en in de Utrechtse keuken-meid weten ze wel raad met de vruchtjes. Anders dan we gewend zijn, trouwens. We bakken er een soort eierkoeken van in de pan. Echt lekker, probeer maar eens. Gaat ook goed met glutenvrij brood. Hier mijn hertaling van deze koekjes voor toe.

Kleine Eyerkoekjes met roode bessen

Ris bessen en kook die even op met suiker, en zo je wilt kaneel en een handje krenten. laat ze afkoelen. Smelt boerenboter en roer tot het zo dik als room wordt. (werkt dus niet met de knip-en-plak-roomboter uit de grote fabriek). Klop 5 eieren los en roer die door de boter. Verkruimel een paar witte boterhammen zonder korst en roer die door het mengsel. Roer er ook de aalbessenprut door. Even uitproberen hoe dik het wordt. Niet te dun, niet te dik, net een lekker deegje. Het mag in de pan niet uitlopen, maar als het te dik is werkt het ook niet. Zo nodig nog wat broodkruim erbij om het dik genoeg te krijgen, of room om het dunner te maken.
Laat boter smelten in een koekenpan, laat de boter heet worden en doe er lepelsgewijs beslag in, soort drie in de pan. Keer ze een keer om en bak de andere kant ook goudbruin. Dis ze warm om bestrooid met suiker.


Labels: , , , , ,

zondag, april 13, 2014

Koekjes bij de Thee

Gisteren ging het hier over letterkoekjes. Wij zijn in dit land dol op koekjes. Koekjes bij de thee, de koffie, de chocola, koekjes bij de wijn: we doen het al eeuwen. Ik zocht naar receptuur en zoals dat gaat met oude kookboeken: je vindt weer heel leuke andere dingen. Zoals de theekoekjes in de Utrechtse Keukenmeid, zo prachtig in facsimile uitgegeven door Uitgeverij BK 18, een aantal jaar geleden. Naast mij ligt ook het nieuwe bakboek van Karin Luiten, Bakken met Karin. Groter onderscheid kan er niet zijn, qua precisie van de receptuur. In de 18de eeuw een sobere opsomming met wat o ja, dat kan ook nog achteraan. Experimenteren noodzakelijk.
Karin beschrijft ieder recept stap voor stap, met een heldere ingrediëntenlijst. Zo kan het niet mislukken, ook al ben je niet zo'n ervaren thuisbakker. Handige basiskennis en ook fijn: zoeken op ingrediënt of recept. En natuurlijk hoe warm de oven moet zijn. In de 18de eeuw deden ze daar nog niet aan.  Je mag al blij zijn als er bij staat hoevéél je van alles moet nemen en dan bijvoorkeur in voor ons min of meer hanteerbare maatvoering. Een recept van Karin ga ik niet geven, kóóp dat boek nou gewoon, het kost nog geen tien euro, en sla subiet aan het bakken. Holland bakt tegenwoordig, het is erg modieus. Voor de historische waaghalzen hier de 18de-eeuwse koekjes bij de thee. Ik hertaal even.

Koekjes bij Thee, hoe te maken

Dit heb je nodig: Anderhalf  pond bloem van tarwemeel, een half pond rietsuiker, drie eieren, een half pond boter. Desgewenst 8 gram kaneel en het rasp van een halve citroen.

En zo doe je het:  Maak een deeg van de bloem, suiker, eieren en de in kleine blokjes gesneden boter. Voeg kaneel en citroenrasp toe als je dat wilt. Rol het deeg uit op een koel werkvlak en steek er vormpjes uit naar keuze. Heb je geen vorm, dan mag je van de Utrechtse keukenmeid ook een glas gebruiken om ronde koekjes uit te steken. Rand een beetje vochtig maken met water is wel handig. Versier de koekjes door er ruitjes in te kerven. Deze koekjes worden in een taartenpan gebakken zonder deksel en halverwege het bakproces omgekeerd. Wij spieken even in Kleintje Karin: oven voorverwarmen op 175 graden Celsius, 12 tot 15 minuten bakken tot de koekjes goudbruin zijn.

Bakken met Karin, 40 ovenheerlijke recepten, Nieuw Amsterdam, ISBN: 9789046816479
De Nieuwe, Welervarene Utrechtsche Keuken-meid, BK 18, ISBN:  9789078019176






Labels: , , , ,

zaterdag, april 12, 2014

Letterkoekjes

Noodkreet op twitter van Paul Rem, conservator bij Paleis Het Loo. Letterkoekjes, dringend gezocht! Nu, van mij moet hij ze zelf bakken natuurlijk! Een recept zocht ik jaren geleden al uit. Ze zijn namelijk zo hartvertederend leuk geschilderd door Clara Peeters in de 17de eeuw. Hier een Rode Letter en een Witte letter, nou ja, meer een hartje. Het is een allegorie op het huwelijk, dit schilderij. Ring, roemer en fluit, en nog zo wat symboliek.Maar die suikertjes en koekjes, die doen het hem natuurlijk. Het zijn sierlijke koekjes, mooi gedecoreerd, echt feestelijk. Wij doen banketletters en chocoladeletters eigenlijk alleen nog met Sinterklaas, en lettervermicelli in de kindersoep. Maar waarom niet leuk letters gaan bakken voor Pasen. Er gaat amandelspijs in, net als in de Paasstol. Dus van mij mag het.
De eeuwenoude recepten reppen van Banket-letters of Witte letters, of Roode letters. Er waren allerlei variaties op. Je kunt bijvoorbeeld sukadesnippers in de amandelspijs doen. Of de letters met eidooier bestrijken voor het bakken en daarna met poedersuiker bestrooien, of er kaneel bij doen. Maar het begint met een taartdeeg en spijs gemaakt van amandelmeel, rietsuiker, citroenrasp en een ei.

Hoe maken we ze nu? Een deeg maak je van bloem, snuf zout, koude boter in stukjes. Dat roer je tot het een beetje klonterig is. Dan voeg je beetje bij beetje zoveel water toe tot je een mooie bal deeg hebt. Laat het een uurtje opstijven op een koele plaats. Hé, geen suiker in dit deeg? Nee, staat er niet bij. Zoetigheid komt van de vulling. En die maak je zo: meng de amandelmeel, rietsuiker en citroenrasp  met het ei tot een mooie spijs. Laat dit ook opstijven. Verwarm de oven voor tot 180-190 graden Celsius.       
Rol het deeg uit op een siliconenmatje of een bebloemd werkvlak. Ongeveer een halve centimeter dik. Snijd er lange repen van, ongeveer een halve centimeter breed. Mag ook wat breder. Hangt van je knutselwensen af. Spuit dan de spijs in een lange sliert over het midden van de reep deeg. Vouw de reep dan dicht. Druk zachtjes dicht.
Vorm nu letters, sierlijke hartjes, wat je maar wilt. En dan kun je nog versieren: losgeklopt eidooier erop kwasten, of een beetje melk en dan wat suiker er over, of kaneel. Ze zijn in een kwartier tot twintig minuten goudbruin. Haal ze dan uit de oven en laat ze op een rek afkoelen.  

Beetje saai? Niets let je om anijs te malen en door de bloem te doen. Of zelfs speculaaskruiden.  Ja, maar je zegt nergens hoeveel van alles ik moet nemen. Klopt. Je pakt gewoon het nieuwe boek van Karin Luiten: Bakken met Karin, reist onverwijld door naar pagina 54, of naar pagina 40-41 voor koekjesdeeg en spiekt daar naar de verhoudingen tussen de ingrediënten. Ben je een erge zoetekauw, dan staat er zelfs bij hoeveel suiker je in het deeg kunt doen. Bakken maar, zoals ze dat bij Heel Holland Bakt zeggen.  
 

Labels: , , , , , , ,

donderdag, april 10, 2014

Soep van lente-uitjes


Gisteren deden we een lente-uitje naar een prettig landelijk gelegen museum. De zon bescheen het prille groen van de berken, er bloeiden krentenboompjes en brem, er huppelde van alles rond en er was prettige kunst. Binnen en buiten. Kröller-Müller op een doordeweekse dag. Het was er net plezierig druk. Van Gogh hing te schitteren, veel oude bekenden aan de muur, maar waarom was ik Bram van der Lek nou eigenlijk vergeten? Maakte toch verrassend mooie dingen.
Bij een lente-uitje hoort een lente-uitjessoepje. Het recept gebruikte ik indertijd al in Twintig Eeuwen Koken en Eten (1997), omdat het zo verrassend smakelijk en groen is. Ook nu nog. Hier een aangepaste versie:

 
Lente-uitjessoep

Dit heb je nodig: 2 bosjes lente-uitjes, handje peterselie, dito kervel, dito waterkers, dito zuring, dito bieslook, dito selderijblad, 1 liter kruidenbouillon of kippenbouillon, snuf kaneel, snuf korianderpoeder, zout, rijstmeel, 3 eidooiers, handje wildplukbloemen

En zo doe je het: Hak de uitjes en de groene kruiden fijn. Breng de bouillon aan de kook en doe het groen erbij. Maak de soep op smaak met kaneel, koriander en zout. Bind de soep met een eetlepel rijstmeel en drie losgeklopte eidooiers. Zorg dat de soep daarna niet meer aan de kook komt, kan anders gaan schiften. Garneer met de wildplukbloemen. (hondsdraf in ons geval, kleurt er mooi bij). 

Labels: , , , , ,

maandag, april 07, 2014

Tuinbonen

Zaaikoorts. Het groen uit de grond kijken. Geduld, geduld, het moet nog groeien allemaal. Er is al veel pril groen, maar ik kan zo hunkeren naar tuinbonen. Zo van de plant in de pan en dan in de mond. In de tussentijd maken we een boek. Eén van de meest lastige dingen is het uitzoeken: wat gaat er in en wat niet. Je maakt geen encyclopedie, maar een fijn boek. Schiften dus. Recepten vallen af. Soms is dat jammer. Zeker als je dol op tuinbonen bent. Zo zit ik hier nu met Aaltje op schoot, editie van 1828. En natuurlijk met mijn neus in de groente. Tuinbonen kook je in fris regenwater met een handje zout. Beetgaar. En dan smoren met peterselie en bonenkruid en de jeu van gerookt spek en een klontje boter. Dat rookspek snijd je bij het opdissen in plakken en leg je bij de bonen op de schotel. Eenvoudig en doeltreffend. Het kan natuurlijk ook zonder het vlees. Doe je er alleen boter bij.
Van Aaltje mogen we de piepjonge tuinbonen ook met schil en al bereiden. Je snijdt ze dan schuin, als snijbonen, maar wat groter, soort ruiten. Verder doe je hetzelfde als hierboven. Recept heeft het boek niet gehaald. Dus mag het hier. Kunnen we ons vast verkneukelen.

Het bonenschilderij (een paar eeuwen ouder dan Aaltje) gebruik ik al jaren, maar ik heb nog nooit zulke lekkere bonen op een schotel zien liggen. Boerentenenbonen. In deze fase niet meer in de peul te eten. Op het randje van dubbeldoppen.

 

Labels: , , , , ,

zondag, april 06, 2014

Chocoladeschors


Je moet er wat voor doen en je moet er wat voor over hebben. Goede chocola. Echte chocola. Zo puur mogelijk in alle opzichten. Gelukkig kun je er steeds gemakkelijker aankomen. We hebben er echter een hele periode van industrialisatie en over-industrialisering voor nodig gehad om nú te beseffen hoe kieskeurig je kunt en moet zijn. De kunst was hoe je de cacaoboter van de bonen moest scheiden. Bonen en boter samen liggen namelijk behoorlijk zwaar op de maag. Dat was een goede zet. Het lukte de familie Van Houten in Amsterdam. Al in 1815 krijgt J.C. van Houten om cacao te branden. De chocola van Van  Houten is echter geen pure chocola, er gaat vanille, kaneel en aardappelmeel in. Voor dit soort surrogaat wordt aanvankelijk gewaarschuwd: het is geen zuivere koffie, eh... chocola. Zoonlief C.J. van Houten lukt het dan om in 1828 de cacaoboter uit de bonen te smelten. Met de cacaoboter kon je weer andere dingen doen. Cacaobonen mét de boter zijn moeilijk in vaste vorm te gieten.
Natuurlijk is men niet alleen in Amsterdam aan de slag gegaan. In Italië experimenteerde men er ook lustig op los. Bijvoorbeeld in het laboratorium van Teresina Majani, opgericht in 1796. Het familiebedrijf groeide, verhuisde en een nazaat, Guiseppe Majani, lukt het om in 1856 chocola in een heuse stoomfabriek te produceren.

Zo ongeveer de eerste 'vaste' vorm van chocola die Majani maakte was het  chocoladeschors, het recept dateert van 1832. Nog steeds populair, en nog steeds heel erg lekker. Al is het nu geen handwerk meer, maar komt het uit de fabriek. Importeur is Van Bommel www.bommelsconserven.nl en ik proefde de scorza (boomschors) tijdens de culiperslunch afgelopen maandag.  

En over die over-industrialisering, waarbij de lekkere en nuttige stofjes uit de cacaobonen worden gehaald en aan de farmaceutische industrie worden verkocht hebben we het maar even niet. Goedkope chocola is uitgeklede chocola. Het is zoals met alles van kwaliteit: liever minder en beter! 


 

Labels: , , ,

dinsdag, april 01, 2014

Culiperslunch : Vleesch


Eén keer per jaar is het feest in Amsterdam voor de culischrijvers. Marcus Polman (Culipersmap) organiseert zo aan het begin van de lente een lunch waar we kennis kunnen maken met nieuwe, verrassende producten, bereidingen en de enthousiastelingen die ze bereiden, importeren, verkopen. Heel uiteenlopende spullen en mensen. Van vers tot bereid, van halffabrikaat tot ingrediënt. Van basisvoedsel tot versnapering. Een mooie mix. Eigenlijk te veel om op te noemen. Ik probeer er voorzichtig een trend uit te vissen. Deze keer is dat om te beginnen het rundvlees-van-goeden-huize. Ik proefde drie verschillende runderen en allemaal waren ze heel erg lekker. En dan te denken dat ik niet zo'n vleeseter ben. Een hapje, prima, maar om nou een heel stuk weg te werken? Gisteren dus wel. Wat proefde ik? Om te beginnen was er the Irish Food board die ons entrecote liet proeven, bereid door Michel van der Kroft van 't Nonnetje en Rogér Rassin van la Rive. Wat is er bijzonder aan dit rund? Om te beginnen: het voer. Deze dieren krijgen alleen gras te eten. (Ierland bestaat voor 80 procent uit gras, er zijn pakweg 38.000 kleinschalige boerenbedrijven, hoog tijd voor een Ierse versie van boer zoekt vrouw!) Ze grazen er vrolijk op los en dus wandelen ze van graspol naar graspol. Goed voor de spierontwikkeling. Deze veehouderij levert mooi, ouderwets rundvlees op.
Ierland niet dichtbij genoeg? Bij the Big Green Egg proefde ik spannend rokerig rundvlees en al ben ik niet zo'n groene ei-fan, de koks van de Zwarte Hand maakten er iets smakelijks van.
Maar helemaal hoteldebotel smoorverliefd op het rund werd ik bij de stand van Nice to Meat, waar een echte slager - Piet van den Berg - een kolossale runderbout uitbeende. Een genot om naar te kijken alleen al. Het roodbonte MRIJ-rund (Maas-Rijn-IJssel) begraast de Groene Zoom, onder deskundige begeleiding van een meestermester. Ze mogen zoveel eten als ze willen, ze ontwikkelen een prettig vetlaagje, ze staan drie jaar of wat langer prettig koe te zijn en worden dan - ook weer met zo min mogelijk stress - geslacht. Als je dan al vlees wilt eten, dan wil je graag dat koeien zo netjes behandeld worden van geboorte tot en met slacht. Dit vlees gaat naar de horeca. Als liefhebber dien je je dus ogenblikkelijk bij Mario Ridder te vervoegen in Rotterdam, zijn in 2013 geopende 'steakhouse' MeetMeat aan het Deliplein is al beroemd. Maar ik hoorde goed nieuws uit betrouwbare bron. Het schijnt dat over niet al te lange tijd het vlees ook in Almere voor de gewone consument ter beschikking komt. Op speciale dagen. Ik kan niet wachten.  


Labels: , , ,