woensdag, juli 15, 2015

Mierikswortel

Wie een mierikswortelplant in de tuin heeft weet het wel: vóór je het weet heb je een complete plantage. Daar zit maar één ding op: flink consumeren maar en als dat niet helpt je hele kennissenkring verblijden met een stek tot je plant weer normale proporties heeft.
Wisten jullie dat er zelfs een heel museum aan deze plant gewijd is in Duitsland? 
Vroeger noemden we deze plant ook peperwortel en die naam is in het Afrikaans blijven hangen. Het zegt iets over de smaak: scherp, peperig, je maakt er een sausje van bij de vis of het rund- of schapenvlees. Ook werd wel de naam pepercruut gebruikt, maar die naam werd aan meer planten gehangen, zoals bij Rembert Dodoens, die ook peperwortel hanteert (1608).

De mierikswortel is al bekend bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen, en dan mag je vermoeden dat die deze wortel ook niet als eerste ontdekt hebben. En hier? In het Romeinse pollenmateriaal van Maastricht kan ik hem niet vinden tot nu toe. Bij Anthimus (eigenlijk meer Lotharingen dus) komt hij niet voor en ook niet in de kruidentuin van Karel de Grote. Maar in het Angelsaksische Engeland dus wel, in Aelfric Bata's Colloquies staat hij in de lijst van pakweg 300 kruiden genoemd, zo rond het jaar 1000. Dan zitten we dus al gewoon in de Middeleeuwen. En dat is dan weer strijdig met de bewering die je links - en rechts in de handboeken aantreft dat we de mierikswortel in de Renaissance uit Midden-Europa via Scandinavië op ons bord gekregen hebben. En dat het pas vanaf 1640 in Engeland gegeten zou zijn, maar alleen door de lagere standen.
Rembert Dodoens schrijft dat de wortel een scherpe smaak heeft en gebruikt wordt voor sauzen en daarvoor ook geneesmiddel, geweekt in melk, dat goed voor de maag is. Johann Herman Knoop adviseert ons zijn Moes- en Keukentuin (1779) om ze schijfjes rode biet in te maken in azijn met dunne plakjes mierikswortel erbij, een beetje zout, korianderzaad en peperkorrels. Dat lijkt me een recept om uit te proberen.

Een archeologische vondst is er in de Amsterdamse Karthuizerstraat, waar in een beerput van de herberg van het klooster. Rond 1600 kende het klooster twee drinkhuizen, lees ik in het verslag van archeobotanicus Henk van Haaster uit 2002, het is rijk vondstenmateriaal in alle betekenissen van het woord. En dan nog een uit de 18de eeuw in de Westzaan, schijfjes mierikswortel in een fles met een kruidendrankje met ook citrusschillen, laurierbessen en engelwortel, een maagbittertje dus.


Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage